Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.13:4.2.13 O’Halloran en Francis t. Verenigd Koninkrijk (2007)
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.13
4.2.13 O’Halloran en Francis t. Verenigd Koninkrijk (2007)
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS490751:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat een Engelse politiecamera had geregistreerd dat een auto die was geregistreerd op naam van O’Halloran de snelheidslimiet had overtreden, werd hem gevraagd de volledige naam en het adres van de bestuurder van de auto ten tijde van de overtreding bekend te maken. Het niet verstrekken van die informatie was strafbaar gesteld in art. 172 van de Road Traffic Act 1988. O’Halloran maakte daarop bekend dat hij de bestuurder was. De rechter legde aan hem een boete op van GBP 100. In een zelfde aangelegenheid werd Francis gevraagd de volledige naam en het adres van de bestuurder van de op zijn naam geregistreerde auto bekend te maken. Omdat Francis dat weigerde, legde de rechter hem een boete van GBP 750 op.
Betrokkenen beklagen zich bij het EHRM over schending van art. 6, lid 1 EVRM. O’Halloran omdat de door hem onder dreiging van een straf verstrekte informatie tegen hem was gebruikt, en Francis omdat zijn weigering om informatie te verstrekken was bestraft. Gelet op het bijzondere karakter van het regulerende regime in kwestie en de beperkte aard van de gevraagde informatie, beslist het Hof dat van schending van art. 6, lid 1 EVRM geen sprake is.
De zaak van O’Halloran is verwant met Saunders. Francis’ zaak ligt meer in de lijn van Funke, J.B., Heaney en McGuinness en Shannon.