Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.3
4.2.3 Saunders t. Verenigd Koninkrijk (1996)
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS486991:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk), § 47,BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), § 70.
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk), § 47,BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), § 71. Het Hof overweegt dat de vaststelling van een criminal charge kan plaatsvinden tijdens het (bestuurlijke) vooronderzoek, maar dat daarvan in casu geen sprake was.
EHRM 19 september 2000 (I.J.L. e.a. t. Verenigd Koninkrijk). Klagers waren medeverdachten van Saunders.
EHRM 27 april 2004 (Kansal t. Verenigd Koninkrijk), NJB 2004, nr. 30, p. 1261.
EHRM 18 februari 2010 (Aleksandr Zaichenko t. Rusland), § 54-56.
Saunders biedt onder meer nader inzicht in het zojuist genoemde omslagpunt tussen al dan niet toelaatbare dwang. In het kader van koersmanipulatie werd een verkennend onderzoek ingesteld door het Engelse Department of Trade and Industry (‘DTI’). Tijdens dat onderzoek constateerde een onderzoeksambtenaar feiten die aanleiding konden zijn voor een strafrechtelijk onderzoek. In overleg met het Engelse Openbaar Ministerie werd het onderzoek voortgezet, waarbij klager in aanwezigheid van zijn raadsman negen keer werd verhoord. Hij was toen nog geen verdachte. Niet meewerken aan het beantwoorden van vragen kon naar nationaal recht kon worden vervolgd op grond van minachting van het gerecht (‘contempt of court’) en worden bestraft met een geldboete of een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar. Klager werd pas in staat van beschuldiging gesteld nadat enkele maanden later het DTI het dossier, inclusief de processen-verbaal van de verhoren van klager, had overgedragen aan de politie en het onderzoek strafrechtelijk werd voortgezet. De processen-verbaal werden uiteindelijk op de (jury)zitting als bewijs tegen hem gebruikt. Hij maakte voor de nationale rechter en het EHRM bezwaar tegen het gebruik van de van hem afgedwongen verklaringen in de strafzaak.
Het Hof herhaalt dat het zwijgrecht en het recht tegen gedwongen zelfbelasting zijn belichaamd in art. 6 EVRM. Het verwijst daarbij naar de bescherming van de verdachte tegen ontoelaatbare dwang door de autoriteiten, om zo rechterlijke dwalingen te voorkomen. Het Hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat klager onder sanctiedreiging gehouden was om tijdens het verkennend onderzoek vragen te beantwoorden tijdens negen lange verhoren, waarvan er zeven als bewijs zijn ingebracht in de strafzaak tegen hem.1 Hij kon zich niet weren tegen de vragen op grond van hun belastende karakter. De in de fase van vooronderzoek op klager uitgeoefende dwang om te verklaren, is volgens het Hof als zodanig niet in strijd met art. 6 EVRM.
Deze vaststelling noopt het Hof ertoe het bewijsgebruik te onderzoeken van de op grond van (bestuurlijk) vooronderzoek van klager onder dwang verkregen verklaringen in de latere strafzaak tegen hem.2 Die verklaringen zijn tijdens het strafproces gebruikt op een wijze die hem beoogde te belasten. Het Hof komt tot het (eind)oordeel dat het gebruik van de eerder tijdens het vooronderzoek afgelegde verklaringen in de latere strafprocedure resulteert in schending van het in art. 6, lid 1 EVRM belichaamde niet-meewerkrecht. Ook verklaringen die oppervlakkig gezien niet belastend van aard zijn, zoals ontkenningen of puur feitelijke informatie, kunnen nadien toch als (belastend) bewijs tegen de verdachte worden gebruikt, namelijk door hem die verklaringen tegen te werpen en zo zijn geloofwaardigheid te ondermijnen. Daarbij slaat het Hof in Saunders acht op de omstandigheden dat het een juryproces was (in tegenstelling tot bijvoorbeeld John Murray) en dat de verklaringen ondanks tegenwerpingen van klager gedurende drie dagen aan de jury waren voorgehouden. Met Saunders zijn verwant de zaken I.J.L. e.a.3, Kansal4en Aleksandr Zaichenko5.