Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/4.14.2:4.14.2 Verliesneming ten onrechte achterwege gebleven
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/4.14.2
4.14.2 Verliesneming ten onrechte achterwege gebleven
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351666:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 april 1991, nr. 27 074, BNB 1991/165.
Zie HR 23 november 1966, nr. 15 634, BNB 1967/35 met noot van M.J.H. Smeets inzake een ten onrechte opgenomen passiefpost in de jaren 1958 tot en met 1964 waarbij ons hoogste rechtscollege winstneming toestond in het laatst openstaande jaar (in casu 1964). Alsdan zien we dat het realiteitsbeginsel wijkt voor het beginsel van de balanscontinuïteit. Dit geldt mutatis mutandis in situaties van verliesneming.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doordat een waardering op lagere bedrijfswaarde slechts toepassing kan vinden in het jaar waarin de waardevermindering zich manifesteert, wordt een zware wissel getrokken op het door belanghebbende te leveren bewijs. Belanghebbende moet niet alleen aannemelijk maken dat de bedrijfswaarde beneden de kostprijs minus de afschrijvingen is gedaald maar ook dat de waardevermindering in het desbetreffende jaar (en niet in een eerder jaar) heeft plaatsgevonden.
Dit vereiste is mede gebaseerd op de hierna nog te bespreken zogenaamde foutenleer. Ons hoogste rechtscollege1
overweegt dienaangaande: 'Opmerking verdient hierbij dat, indien de vermindering van de bedrijfswaarde zich reeds in een voorgaand jaar heeft voorgedaan, dient te worden gehandeld overeenkomstig de regels die bij onjuiste balanswaarderingen in het algemeen van toepassing zijn.'
Toepassing van de foutenleer brengt in dat geval met zich mee dat — indien de winst door een fout te hoog is berekend — slechts aan het realiteitsbeginsel kan worden voldaan indien de inspecteur bereid is de opgelegde aanslag over het jaar waarin de fout is gemaakt, ambtshalve te verlagen. Mocht de inspecteur ambtshalve vermindering van de aanslag weigeren, mag het verlies door belanghebbende genomen worden in het jaar van het geschil2.