Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.2.3.5:5.2.3.5 Rang volgt uit de verhaalsrechten
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.2.3.5
5.2.3.5 Rang volgt uit de verhaalsrechten
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186705:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
156. De vraag of er een rangverschil bestaat tussen twee verhaalsrechten, en zo ja in welke richting, kan alleen worden vastgesteld door de eigenschappen van de concurrerende verhaalsrechten te beoordelen.
Stel dat twee schuldeisers hun vordering voldaan willen zien uit dezelfde executie-opbrengst. Zelfs als voor de vordering van de ene schuldeiser een pand- of hypotheekrecht is gevestigd moet om de onderlinge rangorde te bepalen eerst worden onderzocht of het verhaalsrecht van de andere schuldeiser eigenschappen bevat die dat tweede verhaalsrecht in rang boven een pand- of hypotheekhouder doen gaan. Dat is bijvoorbeeld het geval als de tweede schuldeiser een retentor is die zijn retentierecht tegen de pand- of hypotheekhouder in kan roepen.1 De onderlinge rangorde tussen concurrerende verhaalsrechten kan dus alleen worden bepaald na vaststelling van de relevante eigenschappen van alle concurrerende verhaalsrechten.
Het beeld dat rangorde speelt tussen de verhaalsrechten moet dus in zoverre worden genuanceerd dat die rangorde tot stand komt op basis van de eigenschappen van die verhaalsrechten zelf.2 Dit sluit aan bij de overgang die optreedt als het vermogen van de schuldenaar onvoldoende is om alle verhaalsgerechtigden te voldoen. Dan is het verhaal niet langer alleen een conflict tussen de schuldeiser en de schuldenaar maar ook een conflict tussen schuldeisers onderling.
In de concurrentie tussen de verhaalsgerechtigden kunnen zij jegens elkaar een beroep doen op de kwaliteiten van hun eigen verhaalsrecht, maar ook elkaar de beperkingen in elkaars verhaalsrecht tegenwerpen. Daaronder vallen niet alleen de eigenschappen die zien op de relatie tussen de verhaalsgerechtigde en de schuldenaar, zoals een limited recourse-beding, maar ook de kwaliteiten van de verhaalsrechten die zien op de relatie tussen de verhaalsgerechtigden onderling, zoals voorrechten.3 Juist uit dat soort eigenschappen van de verhaalsrechten volgt de onderlinge rangorde van de verhaalsrechten.