Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.2.3.1
5.2.3.1 Verhaalsrecht
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186582:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Rapport Commissie Houwing, p. 12, Meyjes 1931, p. 21 en Fesevur 2017, p. 3 en 7.
Zie nader par. 5.3.5.7.
Niet alle verhaalsgerechtigden op een vermogen hebben noodzakelijkerwijs een vordering op de rechthebbende van dat vermogen. Zie bijvoorbeeld art. 3:291 lid 1 BW, HR 20 februari 2009, NJ 2009/376 (Ontvanger/De Jong), i.h. b. r.o. 3.5 en HR 5 oktober 1979, NJ 1980/280 (Ontvanger/Ametagro), i.h.b. conclusie A-G Berger.
Zie Verstijlen 1998, p. 19: “Een voorrecht kwalificeert het verhaalsrecht van een schuldeiser.”, Rank-Berenschot 1992, p. 208 en Kingma Boltjes 1962, p. 5. Zie ook par. 5.2.1 e.v. Anders: Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/469.
HR 12 september 1997, NJ 1998/687 (m.s. Hanjin Oakland) r.o. 3.6, HR 12 september 1997, NJ 1998/688 (United Towing/Micoperi) r.o. 4.2, MvA II, Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 844, Kingma Boltjes 1961, p. 5 en Van Boom 2018, p. 19.
Het woord ‘rang’ komt in 279 geldende verdragen, wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen voor. Die betreffen voornamelijk de rang van politiemedewerkers of militairen. Bron: www.wetten.nl, zoekopdracht op ‘rang’, laatstelijk geraadpleegd op 4 januari 2019.
Zie par. 9.2.2.5. Vgl. ook Beekhoven van den Boezem 2015, par. 2.
142. Verhaalsrechten kunnen met elkaar in conflict komen als zij tegelijk worden uitgeoefend op hetzelfde (onderdeel van een) vermogen en de opbrengst daarvan onvoldoende is om alle vorderingen waarvoor verhaal wordt genomen volledig na te komen. Om dit conflict te regelen wordt tussen de verhaalsrechten een rangorde aangebracht. Die rangorde is dus alleen relevant als er meerdere verhaalsrechten zijn, anders kan er geen conflict tussen de verhaalsrechten optreden.1 Daardoor bestaat de rang van een verhaalsrecht steeds in relatie tot andere verhaalsrechten.2
143. Het conflict dat rang in goede banen probeert te leiden vindt plaats tussen de verhaalsrechten, niet noodzakelijkerwijs tussen de vorderingen.3 Daarom is de rang niet verbonden aan de vordering maar aan het verhaalsrecht.4 Als een schuldeiser überhaupt geen verhaalsrecht heeft dan heeft hij ook geen rang, althans is die niet relevant.5
Verder is de rang van een verhaalsrecht niet verbonden aan de persoon van de verhaalsgerechtigde maar aan ieder individueel verhaalsrecht. Als een schuldeiser verschillende verhaalsrechten heeft kunnen die in rang verschillen. Daarom moet van ieder verhaalsrecht afzonderlijk de rang worden bepaald.
144. De termen ‘rang’ en ‘rangorde’ worden niet alleen gebruikt in de context van een conflict tussen verschillende verhaalsrechten maar ook om ordeningen aan te duiden die andere conflicten op moeten lossen.6 De rang van een verhaalsrecht moet bijvoorbeeld worden onderscheiden van de rang van goederenrechtelijke zekerheidsrechten.7 In dit boek wordt met ‘rang’ gedoeld op de rang tussen verschillende verhaalsrechten. Dat is de rang die een rol speelt bij de verdeling van de executie-opbrengst.