Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.10.1:5.4.10.1 De civielrechtelijke zaak is nog aanhangig en de Commissie heeft reeds een beschikking genomen of is voornemens een beschikking te nemen
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.10.1
5.4.10.1 De civielrechtelijke zaak is nog aanhangig en de Commissie heeft reeds een beschikking genomen of is voornemens een beschikking te nemen
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577573:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval dat de civielrechtelijke zaak nog aanhangig is en de Commissie reeds een beschikking heeft genomen of voornemens is een beschikking te nemen, blijft de nationale rechter bevoegd om tegelijk met de Commissie of na de Commissie het Europees mededingingsrecht toe te passen. De rechter moet echter gelet op artikel 16 Verordening 1/2003 en Masterfoods voorkomen dat hij een beslissing neemt die in strijd is met de door de Commissie gegeven beschikking. Tevens moet de rechter vermijden een beslissing te nemen die in strijd zou zijn met een beschikking die de Commissie overweegt te geven in een door haar begonnen procedure. In dat laatste geval kan de nationale rechter de procedure het beste schorsen totdat de Commissie een definitief oordeel heeft gegeven. Alleen als er in dat laatste geval redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over de beschikking die de Commissie overweegt te geven of ingeval de Commissie reeds een beschikking heeft gegeven in een vergelijkbare zaak kan de rechter over de bij hem aanhangige zaak beslissen op grond van de beschikking die de Commissie overweegt te geven of reeds heeft gegeven in een vergelijkbare zaak. Zie voor deze situatie verder de SamenwerkingsMededeling (punten 11-14).
Indien de nationale rechter een beslissing wil nemen die ingaat tegen die van de Commissie, dient hij het HvJ EG om een prejudiciële beslissing te verzoeken ex artikel 234 EG. Indien de beschikking van de Commissie op grond van artikel 230 EG wordt aangevochten (vernietigingsberoep tegen tot een natuurlijke of rechtspersoon gerichte beschikking en tegen beschikking die, hoewel genomen in de vorm van een verordening, of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hem rechtstreeks en individueel raken) voor de rechterlijke instanties van de Gemeenschap en de beslechting van het geding voor de nationale rechter afhangt van de geldigheid van deze beschikking, dient de nationale rechter de procedure te schorsen tot een definitieve uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring door de rechterlijke instanties van de Gemeenschap. Indien de procedure wordt geschorst (bijvoorbeeld in afwachting van een beschikking van de Commissie of van een definitieve uitspraak van de rechterlijke instanties van de Gemeenschap bij een beroep tot nietigverklaring of in het kader van een prejudiciële procedure), dient de nationale rechter te onderzoeken of er voorlopige maatregelen moeten worden genomen om de belangen van partijen te beschermen.1 Zie voor deze situatie verder de SamenwerkingsMededeling (punten 11-14).
De nationale rechter kan wel een beslissing nemen die ingaat tegen de beschikking van de Commissie indien de feiten substantieel veranderd zijn of de reikwijdte van de beschikking van de Commissie inhoudelijk is beperkt of verworpen door latere rechtspraak van het GvEA EG en het HvJ EG.2 In dat laatste geval dient de nationale rechter uiteraard wel de lijn te volgen zoals is uitgezet in de desbetreffende jurisprudentie van het GvEA EG en het HvJ EG. Een dergelijke handelswijze is niet in strijd met artikel 16 lid 1 Verordening 1/2003 en Masterfoods, nu de nationale rechter op dit terrein uiteindelijk gebonden is aan het oordeel van het GvEA EG en het HvJ EG.3