Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.3.3:6.4.3.3 Immuniteit van de Staat
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.3.3
6.4.3.3 Immuniteit van de Staat
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233668:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9616, NJ 1994/598, m.nt. De Corstens. Voor lagere overheden ligt een en ander overigens genuanceerder, zie HR 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342, NJ 1998/367, m.nt. De Hullu (Pikmeer II) en Corstens/Borgers en Kooijmans 2018, p. 206-209, met verdere verwijzingen.
Zie r.o. 6.2.
Zie r.o. 6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een derde leerstuk dat hier bespreking behoeft, betreft de mogelijkheid voor het Openbaar Ministerie om de Staat strafrechtelijk te vervolgen. In het Volkelarrest uit 1994 heeft de Hoge Raad de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de Staat van de hand gewezen.1 De aanleiding voor dit arrest was een incident op de vliegbasis in Volkel waarbij kerosine, in strijd met de Wet bodembescherming, uit een opslagtank in de bodem terecht was gekomen. De vraag was of de Staat als eigenaar van de vliegbasis hiervoor strafrechtelijk kon worden vervolgd.
De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend. Daarbij stelde hij voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de handelingen van de Staat strekken tot de behartiging van het algemeen belang. De Hoge Raad verwees vervolgens naar de zojuist besproken procedure voor het vervolgen van politieke ambtsdragers en naar de ministeriële verantwoordelijkheid:
‘Voor de handelingen van de Staat zijn ministers en staatssecretarissen in het algemeen verantwoording schuldig aan de Staten-Generaal. Daarnaast kunnen zij ter zake van ambtsmisdrijven strafrechtelijk worden vervolgd en berecht […].’2
Met dit alles strookt volgens de Hoge Raad niet dat de Staat strafrechtelijk aansprakelijk zou kunnen worden gesteld. In een voorkomend geval zal de strafrechter het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren.3 Of het handelen of nalaten van de Staat in een voorkomend geval strafrechtelijk verwijtbaar is, is daarmee een kwestie van het parlement en afhankelijk van politieke afwegingen. In een voorkomend geval zou dit kunnen leiden tot het aftreden of vervolgen van de verantwoordelijke minister voor een politiek ambtsmisdrijf. Voor de strafrechter is hierbij geen rol weggelegd.