Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.1.1:5.2.1.1 Informatie over de asielzoeker die voorafgaand aan het eerste gehoor beschikbaar is
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.1.1
5.2.1.1 Informatie over de asielzoeker die voorafgaand aan het eerste gehoor beschikbaar is
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180393:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorafgaand aan het eerste gehoor kan de hoormedewerker het IND-dossier van de asielzoeker raadplegen om te zien welke informatie reeds beschikbaar is. Dit dossier bevat in beginsel het rapport van FMMU1 waarin staat of de gezondheidstoestand van de asielzoeker het toelaat om gehoord te worden. Indien dat het geval worden daarin ook de eventuele medische beperkingen vermeld waarmee de IND rekening moet houden tijdens het horen.2 Daarnaast bevat het de uitkomsten van het tijdens de Rust- Voorbereidingstijd door de Vreemdelingenpolitie, of KMar uitgevoerde onderzoek naar de identiteit, vingerafdrukken en nationaliteit van de asielzoeker en een overzicht van de bij hem aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden.3 Het dossier bevat in voorkomende gevallen ook de resultaten van het onderzoek van de KMar, of Bureau Documenten van de IND (BDOC) over de vraag of door de asielzoeker overgelegde documenten echt worden bevonden. Ten slotte kan het dossier een kopie bevatten van het aanmeldgehoor dat is afgenomen bij het indienen van de asielaanvraag voorafgaand aan de RVT.
In sommige gevallen bevat het dossier ook informatie van het regionale informatiecentrum (RIC). Er is weinig openbare informatie over het functioneren van deze RIC’s. Een oude werkinstructie van de IND geeft inzicht in het type informatie dat door het RIC aan de hoormedewerker ter beschikking kan worden gesteld:
‘Het RIC beschikt over boeken met landeninformatie, rapporten, tijdschriften, atlassen, plattegronden, naslagwerken, wetgeving, jurisprudentie-overzichten, beleidsinformatie, cd-roms, videobanden, etc. De medewerkers RIC zijn deskundige gebruikers van alle informatieve media en kunnen op korte termijn vragen beantwoorden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie uit eigen bronnen zoals Quest [een intern informatiesysteem van de IND] en openbare bronnen, zoals Internet en persarchieven. Ook hebben de RIC medewerkers beschikking over HIS [Herkomst Informatie Systeem] waarmee zij vragen over geografie van een antwoord kunnen voorzien.’4
Tijdens mijn bezoeken aan de behandelkantoren van de IND zag ik dat medewerkers van het RIC aanvullend op bovenstaande informatiebronnen ook (openbare delen van) sociale mediaprofielen van asielzoekers raadplegen.
Hoormedewerkers kunnen voorafgaand aan en tijdens het gehoor informatie vragen aan het RIC. In sommige gevallen verstrekken de medewerkers van het RIC informatie op eigen initiatief. Voor zover ik heb kunnen achterhalen gelden hiervoor geen duidelijke regels en is het vooral afhankelijk van de prioriteiten die de medewerkers van het RIC zichzelf stellen en van de vraag of de hoormedewerker nut ziet in het inwinnen van informatie.
De informatie van het RIC kan de hoormedewerker helpen een beeld te vormen van de plaats waar de asielzoeker vandaan stelt te komen, zijn reisroute naar Nederland of over het privéleven van de asielzoeker. Zo vertelde een hoormedewerker dat ze van het RIC een Facebookfoto had ontvangen met daarop een foto van een asielzoeker die was genomen in Dubai. De foto was een paar weken voorafgaand aan het gehoor op Facebook geplaatst, terwijl de asielzoeker vertelde dat hij rechtstreeks vanuit Syrië, via Turkije naar Nederland was gereisd. Dit was voor deze medewerker reden om te twijfelen aan de verklaringen over de reisroute. Een ander voorbeeld was een foto van een Jamaicaanse vrouw die stelde dat zij vanwege haar homoseksualiteit was gevlucht uit Jamaica. Op Facebook stond een foto van de vrouw met, volgens het onderschrift bij de foto, haar kinderen. Dit soort informatie wordt door hoormedewerkers in voorkomende gevallen gebruikt om de asielzoeker gerichtere vragen te kunnen stellen en om antwoorden op (met name herkomst-)vragen te kunnen controleren.
Bijna alle medewerkers noemen het RIC een belangrijke informatiebron, maar in de praktijk maken de hoormedewerkers die ik heb geïnterviewd er weinig gebruik van:
I: De mevrouw [van het RIC] moet het druk hebben, als ze al die vragen van al die medewerkers die aan het horen zijn moet beantwoorden.
R: Ja, was het maar waar. Maar volgens mij krijgt ze niet zoveel mailtjes binnen.
I: In wat voor gevallen vraag jij haar wat?
R: Ja kijk. De meeste mensen gaan zelf zoeken, omdat je dan meteen iets ziet waar je een vraag over kunt stellen en je ziet meteen het antwoord. Als je een mail stuurt aan RIC, dan krijg je een bom aan informatie terug en denk je ooooohhhh, waar moet ik beginnen. En, ja. Ik heb dat ook wel eens gedaan, maar dan krijg ik zo veel hyperlinkjes en duurt het zo lang voordat die weer open gaan. Tja, tja.
I: Ja, het is niet efficiënt altijd?
R: Nee, nee.5
Het type informatie waarin door het RIC wordt voorzien is dus niet in alle gevallen een gericht antwoord op een gerichte vraag.