Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.1.6:5.2.1.6 De inhoud van het gehoor
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.1.6
5.2.1.6 De inhoud van het gehoor
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180394:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een groot deel van het eerste gehoor bestaat uit het nalopen van de overgelegde documenten. Deze worden met behulp van de tolk tijdens het gehoor worden vertaald naar het Nederlands zodat de IND kennis kan nemen van de inhoud daarvan. In Ter Apel, waar een aanmeldfase gehoor werd afgenomen gedurende mijn onderzoeksperiode, was het grootste deel van de documenten voor aanvang van het eerste gehoor al vertaald:
I: Ik ben hiervoor ook in Zevenaar en Schiphol geweest. Ik zag dat in Zevenaar in eerste gehoren regelmatig nog documenten vertaald werden. Gebeurt dat hier ook standaard nog in het eerste gehoor?
R: Nee, documenten, en dan met name van de Syriërs, worden vertaald in de aanmeldfase. Dus dan heb je in het AC-proces een complete vertaling van de documenten. 1
Het eerste gehoor verloopt vervolgens volgens een vaste volgorde en bestaat voornamelijk uit standaardvragen.2 De invulling die medewerkers daaraan geven, kan echter verschillen. Als er al een aanmeldfase gehoor heeft plaatsgevonden, kiezen sommige medewerkers ervoor om zich tijdens het eerste gehoor te concentreren op het stellen van vragen om de informatie uit het aanmeldgehoor te verduidelijken. Ze stellen dan niet alle vragen opnieuw tijdens het eerste gehoor.
R: Ik stel in principe vragen om het aanmeldfasegehoor duidelijk te krijgen. Dat gehoor gaat vrij snel en is niet zo gedetailleerd. Hij had bijvoorbeeld tijdens dat gehoor ook niet alle plaatsen genoemd waar hij was geweest. Dan kun je dat in het eerste gehoor laten verduidelijken. Als er echt grote tegenstrijdigheden zijn en hij geeft daar geen verklaring voor, dan zou je het kunnen tegenwerpen.3
Andere medewerkers kiezen ervoor om alle vragen die tijdens het aanmeldgehoor zijn gesteld, opnieuw te behandelen in het eerste gehoor. Onderstaande hoormedewerker geeft hiervoor als reden dat hij geen gaten in het gehoor wil laten vallen:
I: Welke informatie betrek je verder bij je voorbereiding?
R: Ik lees het dossier. Het aanmeldgehoor. Veel meer kun je nog niet doen. Je bereidt de documentatie voor.
I: Stel jij alle vragen uit het aanmeldgehoor opnieuw?
R: Ik wel ja.
I: Waarom?
R: Omdat ik als beslisser heb gemerkt dat er anders gaten kunnen vallen in je gehoor. Aspecten kunnen dan tussen wal en schip vallen.4
Het meest bepalend voor het verloop van het eerste gehoor is de vraag of de asielzoeker zijn identiteit en nationaliteit met documenten heeft kunnen onderbouwen. Als dat niet het geval is, zal de hoormedewerker een zogenoemde herkomstcheck uitvoeren. Dit betekent dat de hoormedewerker de asielzoeker vragen stelt om vast te stellen of hij daadwerkelijk afkomstig is uit het land, stad, of gebied waaruit hij zegt te komen. In sommige gevallen wordt zelfs een herkomstcheck uitgevoerd als de asielzoeker zijn identiteit en herkomst wél met documenten heeft kunnen onderbouwen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het belangrijk is om te weten uit welk deel van het land de asielzoeker afkomstig is:
I: Vandaag had je een gehoor met een Irakese man. Het viel mij op dat die meneer documenten had, die ook echt bevonden waren. Maar toch ging je HIS-vragen [vragen over de herkomst] stellen. Waarom?
R: Ja, dat is omdat het besluitmoratorium niet voor heel Irak geldt, slechts voor een gedeelte. Op de documenten staat wel waar iets is afgegeven, maar dat zegt nog niet meteen waar iemand daadwerkelijk heeft gewoond. Dus om te onderzoeken of iemand onder het besluitmoratorium valt, vind ik het wel belangrijk om te kijken of iemand echt in dat gedeelte van het land gewoond heeft. Dus daarom heb ik die herkomstvragen gesteld.5
Daarnaast kan de asielzoeker in een bepaald risicoprofiel vallen. De IND hanteert zogenoemde pseudo-profielen. Door middel van deze profielen worden hoormedewerkers erop gewezen dat er een verhoogde kans is dat asielzoekers met bepaalde kenmerken een valse herkomst opgeven. Zo kan worden gedacht aan leden van minderheidsgroepen die in meerdere landen voorkomen, of mensen die een taal spreken die in verschillende landen wordt gesproken. Toch hebben hoormedewerkers zelf ruimte om te beslissen om al dan niet een herkomstonderzoek in te stellen. In het onderstaande fragment vertelt een hoormedewerker over haar overwegingen om dit wel of niet te doen:
I: In welke gevallen besluit je een herkomstonderzoek te doen?
R: Dat ligt eraan wat voor documenten iemand heeft. Of hij in principe zijn nationaliteit, identiteit en herkomst al heeft aangetoond.
I: Je zegt net dat de documenten van te voren al onderzocht zijn, dan zijn ze dus wel of niet echt bevonden.
R: Ja.
I: Heb je dan vervolgens geen keuze meer?
R: Jawel.
I: Kun je zelf kiezen of je wel of niet een herkomstonderzoek doet?
R: Ja, want kijk. Soms wordt het alleen op basis van een papiertje bepaald. Dat papiertje kan best wel of niet echt zijn. Maar het kan ook best zijn dat dat papiertje echt is, maar niet echt is uitgegeven door het land van herkomst.
I: Hoe kom je daar achter?
R: Ook door de landeninformatie. Ik had laatst ook weer een zaak. Daar had iemand een echt bevonden document, maar de informatie die op het document stond en het jaar van afgifte, die combinatie klopte volgens het algemene ambtsbericht niet. Dat is misschien best een echt papiertje, maar ik geloofde niet dat het document echt was uitgegeven door het land.
I: Moet jij dat dan controleren, of kies je ervoor dat te doen?
R: De KMar kijkt alleen naar het technische. Is het papiertje echt of niet. Bureau documenten kijkt nog wat verder, die kunnen er nog wat meer over zeggen, maar wij kunnen er natuurlijk ook wat over zeggen. Bij BLT kunnen we dingen opvragen.
I: Doe je dat standaard?
R: Nee, het ligt er echt aan. Het ligt ook aan het land. En aan wat ja... Ja. Of er pseudo-profielen bekend zijn van een bepaald land.
I: Jaja, die heb je bijvoorbeeld bij [x]?
R: Ja, [x] heb je en van sommige Afrikaanse landen. Die kunnen zich soms voordoen als mensen uit een land waar makkelijk een vergunning voor te krijgen is.
I: Is het dan zo dat die profielen ergens staan en op het moment dat iemand aan zo’n profiel voldoet doe je extra onderzoek en zo niet dan niet?
R: Er zijn wel risicoprofielen ja. [Waarin staat dat] als iemand een bepaalde taal wel of niet spreekt of uit een bepaald land komt, let dan hierop.
I: Is het dan nog wel jou keuze om wel of niet dat uitgebreidere herkomstonderzoek te doen? Of is dat iets dat een noodzakelijk gevolg is van dat iemand binnen zo’n risicoprofiel valt.
R: Het zou een gevolg moeten zijn, maar dat is het niet altijd moet ik zeggen. Dus..
I: Dus is het wel een soort van keuze?
R: Mmjaa.
I: Staat er bijvoorbeeld op intranet dat je in alle gevallen waarin iemand onder een risicoprofiel valt je extra onderzoek moet doen?
R: Er wordt wel van je verwacht dat je het weet. Dat je op basis van die en die informatie herkomstonderzoek doet.
I: En wordt dat gecontroleerd?
R: In principe niet. Het is wel zo dat als je inwilligt, er in principe een collegiale toets plaatsvindt.6
In het volgende hoofdstuk ga ik nader in op deze herkomstcheck. In dit hoofdstuk wil ik de lezer vast meegeven dat de wijze waarop de hoormedewerkers dit aanpakken, onderling kan verschillen. Niet iedere hoormedewerker is tevreden over die situatie:
I: Als je iets anders zou doen aan de wijze waarop gehoord wordt, of als je het hele asielproces opnieuw zou mogen inrichten, wat zou je dan anders doen en hoe?
R: Wat ik vervelend vind, is dat er niet altijd duidelijk één lijn is. We zijn allemaal mensen, er zullen altijd verschillen zijn, maar sommige mensen zijn gewoon eigenwijs. Dat snap ik eigenlijk echt niet. Want als overheid moet je echt wel… Zo’n advocaat denkt ook, de ene keer gaat het zo, de andere zo.
I: Kun je dan anoniem, zonder namen te noemen, daarvan een voorbeeld geven?
R: Bijvoorbeeld met die herkomstcheck. Daar wordt heel verschillend over gedacht. De ene doet een herkomstcheck, stuurt vervolgens VA, doet een taalanalyse. Terwijl de ander dat niet doet en daar wordt meteen een vergunning verleend. Dat is een heel groot verschil, dat vind ik niet kunnen.
I: Hoe los je dat op?
R: Mensen kunnen het beleid misschien onzin vinden, maar ze moeten dat wel volgen.7