Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/2.2.11.3
2.2.11.3 De overdracht door een Solvency II verzekeraar aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949790:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 6.2 van dit proefschrift.
Kamerstukken II 2014/15, 34100, nr. 3, p. 17: “Tevens is bepaald dat een portefeuille niet mag worden overgedragen aan een vrijgestelde verzekeraar. Dit wordt tot uitdrukking gebracht door de eis dat de betrokken verzekeraar onder prudentieel toezicht staat.”
Art. 2:49b Wft juncto art. 1e tot en met 1g Vrijstellingsregeling Wft.
Zie hoofdstuk 1.1 van dit onderzoek.
Kamerstukken II 2014/15, 34100, nr. 3, p. 17 “Alleen indien het in het belang van polishouders is, kan met instemming van DNB een portefeuille worden overgedragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn indien de overdragende Solvency II verzekeraar in financiële problemen verkeert en er geen andere Solvency II verzekeraar bereid is de portefeuille over te nemen, maar wel een verzekeraar met beperkte risico-omvang.”
a. De Solvency II verzekeraar heeft toestemming nodig van DNB voor een overdracht aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang.
Per 1 januari 2016 werd in een nieuw toegevoegd art. 3:111c Wft bepaald dat een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, zijn rechten en verplichtingen uit verzekering uitsluitend kan overdragen aan een andere verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang. DNB kan volgens datzelfde artikel echter toestaan dat de rechten en verplichtingen uit verzekering worden overgedragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die onder prudentieel toezicht staat.
In de parlementaire geschiedenis van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn werd dit als volgt toegelicht: “Een verzekeraar met beperkte risico-omvang behoeft niet te voldoen aan de eisen van de richtlijn solvabiliteit II. Daarom is het in beginsel niet wenselijk dat een polishouder die heeft gekozen voor een verzekeraar die voldoet aan de eisen van de richtlijn solvabiliteit II (solvabiliteit II verzekeraar) terecht komt bij een verzekeraar die niet aan die eisen voldoet. Er is in beginsel dan ook bepaald dat een portefeuilleoverdracht door een solvabiliteit II verzekeraar alleen kan plaatsvinden naar een andere solvabiliteit II verzekeraar. De instemming van DNB is aan de orde indien een solvabiliteit II verzekeraar (een deel van) zijn portefeuille vanwege financiële problemen wil overdragen en er geen andere solvabiliteit II verzekeraar bereid is die portefeuille over te nemen. Indien een verzekeraar met beperkte risico-omvang bereid is (een deel van) die portefeuille over te nemen is instemming van DNB wenselijk met het oog op de belangen van bestaande polishouders.”1 Anders gezegd: “Alleen indien het in het belang van de polishouders is, kan met instemming van DNB een portefeuille worden overgedragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang.”2
Bij het beoordelen van elke aanvraag van instemming met een overdracht van rechten en verplichtingen uit verzekering (zoals bedoeld in art. 3:116 Wft) betrekt DNB zowel de belangen van de polishouders van de overdragende verzekeraar, als de belangen van de polishouders van de verkrijgende verzekeraar.3 Het is dan ook een interessante vraag wat precies de toegevoegde waarde is van art. 3:111c Wft naast wat al bepaald is in de rest van de regeling van de portefeuilleoverdracht. Ik veronderstel dat de hierna genoemde drie elementen die toegevoegde waarde bepalen.
b. De Solvency II verzekeraar mag zijn portefeuille niet overdragen aan een verzekeraar met beperkte omvang die gebruik maakt van de Vrijstellingsregeling Wft (een ‘vrijgestelde verzekeraar’).
In de tekst van art. 3:111c Wft staat dat DNB in geval van een portefeuilleoverdracht alleen maar toestemming kan verlenen voor een overdracht van rechten en verplichtingen uit verzekering door een Solvency II verzekeraar aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang als die laatste “onder prudentieel toezicht staat”. Dat betekent dat een verzekeringsportefeuille van een Solvency II verzekeraar niet mag worden overgedragen aan een vrijgestelde verzekeraar.4 Met een vrijgestelde verzekeraar wordt een verzekeraar met beperkte risico-omvang bedoeld die van de Vrijstellingsregeling Wft gebruik heeft gemaakt. Op grond van de Vrijstellingsregeling Wft kunnen kleine verzekeraars met beperkte risico-omvang die aan de daar genoemde criteria voldoen, worden vrijgesteld van de verplichting om een vergunning voor verzekeraars met beperkte omvang te hebben.5Art. 3:111c Wft bevat dus in feite een verbod van een portefeuilleoverdracht door een Solvency II verzekeraar aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang die van de Vrijstellingsregeling Wft gebruik maakt. DNB kan een dergelijke overdracht niet toestaan. Dat vloeit niet al voort uit de rest van de regeling van de portefeuilleoverdracht.
c. Een schadeverzekeraar die de civielrechtelijke route volgt voor een portefeuilleoverdracht aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang heeft toch toestemming van DNB nodig.
De essentie van de Wft-regeling is dat de instemming van DNB in de plaats komt van de medewerking van de polishouder die vereist zou zijn op grond van art. 6:159 BW.6 Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van dit proefschrift moeten verzekeringsportefeuilles bestaande uit levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen altijd met toestemming van DNB worden overgedragen. Daarvoor is de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW niet beschikbaar (art. 3:112 lid 1 Wft en art. 3:113 lid 1 Wft). Verzekeringsportefeuilles bestaande uit schadeverzekeringen daarentegen kunnen zowel via de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW als via de Wft-procedure worden overgedragen, dat volgt uit art. 3:114 Wft. Aangenomen moet dus worden dat uit art. 3:111c Wft ook volgt dat een Solvency II verzekeraar die van de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW gebruik maakt, in plaats van de Wft-procedure, bij een portefeuilleoverdracht aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang (waarvoor hij dus geen toestemming nodig heeft van DNB zoals bepaald in de Wft-procedure, omdat hij de medewerking van de individuele polishouders vraagt) tóch de instemming van DNB nodig heeft, namelijk op grond van het bepaalde in art. 3:111c Wft.
Als deze Solvency II verzekeraar de toestemming van DNB heeft verkregen voor deze portefeuilleoverdracht aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang zoals omschreven in art. 3:111c Wft én hij heeft de medewerking van de polishouder verkregen zoals bedoeld in art. 6:159 BW, dan hoeft hij mijns inziens niet aan de overige vereisten van de Wft-regeling van de portefeuilleoverdracht te voldoen. Dat is immers niet bepaald in art. 3:111c Wft. Overigens lijkt mij dat ook logisch, want het nut van een proces met (kort gezegd) advertenties in de Staatscourant en drie landelijke dagbladen in combinatie met opzegrechten is immers weggevallen als de medewerking van de individuele polishouder is verkregen.
d. De Solvency II verzekeraar moet aan DNB uiteenzetten waarom een overdracht aan een andere Solvency II verzekeraar niet mogelijk of onwenselijk is.
Uit art. 3:111c Wft en de parlementaire geschiedenis daarbij7 vloeit mijns inziens ook voort dat een Solvency II verzekeraar die zijn portefeuille wil overdragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang in zijn aanvraag van instemming van DNB overtuigend moet uiteenzetten dat het niet mogelijk is een overdracht van de portefeuille aan een andere Solvency II verzekeraar te realiseren. Ik meen dat hij zal moeten uiteenzetten welke andere Solvency II verzekeraars hij heeft benaderd en waaruit blijkt dat een transactie met die verzekeraars naar zijn mening niet mogelijk of onwenselijk is. DNB zal zich grondig in dat betoog moeten verdiepen voordat zij eventueel toestemming geeft voor een portefeuilleoverdracht aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang.