Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/3.3.2
3.3.2 Het relatiebeding
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687128:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wat onder werven valt, is uiteraard weer een kwestie van uitleg van het beding. Valt daaronder bijvoorbeeld ook het ‘volgen’ op Twitter of het doen van een uitnodiging op LinkedIn? Hierover bijvoorbeeld Hof ’s-Gravenhage 21 februari 2012, JAR 2012/129 (Steens Consultants/ex-werknemer).
Voor een (niet-arbeidsrechtelijk) voorbeeld: Hof Amsterdam 22 mei 2007, RAR 2007/114 (appellant/geïntimeerde), waarin een contactverbod werd uitgelegd als omvattende zakelijke en persoonlijke contacten.
Bijvoorbeeld: Rb. Utrecht 24 juni 2003, KG 2003/199 (Heijnen/Van Dijk); Rb. Leeuwarden 17 juni 2008, Prg. 2008/126 (ex-werknemer/Foreign Media).
Vergelijk onder meer: HR 5 januari 2007, JAR 2007/37 (AVM/Osinga); HR 27 november 2015, JAR 2015/134 (Wiersma & Walvius/Bokma), in het bijzonder de conclusie van A-G Van Peursem onder 2.3; HR 3 maart 2017, JAR 2017/92, m.nt. Van Tuyll van Serooskerken (ex-werkgever/ex-werknemer); Rb. Zeeland-West-Brabant 17 januari 2018, JAR 2018/45 (ABAB Groep/ex-werknemer); Hof ’s-Hertogenbosch 19 november 2019, JAR 2019/310 (ABAB Groep/ex-werknemer); N.T. Dempsey, ‘Concurrentiebeding’, in: A.R. Houweling, P.G. Vestering en W.A. Zondag (red.), Sdu Commentaar Arbeidsrecht Thematisch, Deel I, Den Haag: Sdu 2015, p. 940-941; D. Christe, Losbladige arbeidsovereenkomst, aant. 20 bij artikel 7:653 BW.
A.R. Houweling en C.J. Loonstra, Het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst, Den Haag: Bju 2011, p. 13-14. Dit standpunt werd gevolgd in Rb. Gelderland 16 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3560 (Geba Verhuur/ex-werknemer c.s.) en met uitgebreide motivering Rb. Midden-Nederland 6 februari 2019, JAR 2019/81 (ex-werkgever/ex-werknemer). J. van Drongelen, W.J.P.M. Fase en S.F.H. Jellinghaus, Individueel arbeidsrecht, deel 2, Zutphen: Paris 2020, p. 71, vinden dat het relatiebeding geforceerd onder artikel 7:653 BW wordt gebracht.
F.B.J. Grapperhaus, ‘Het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst’, TRA 2012/42.
Bij een relatie-/niet-wervingsbeding staat het de ex-werknemer weliswaar vrij om elders te werken, maar onder de beperking dat hij niet aan klanten of werknemers van de ex-werkgever mag komen.1 Een species van het relatie-/niet-wervingsbeding is het non-dealingbeding, een fenomeen dat in Nederland in mijn ervaring weinig voorkomt. Het verschil tussen de twee is met name de bewijslast. Een relatie-/niet-wervingsbeding verbiedt het actief benaderen van of zakendoen met klanten of werknemers door de ex-werknemer. De bewijslast dat de ex-werknemer dit verbod overtreedt, rust bij de ex-werkgever. Een non-dealingbeding verbiedt iedere vorm van contact door de ex-werknemer met klanten of werknemers, ook als hij zelf wordt benaderd. De ex-werkgever hoeft dan niet te bewijzen dat de ex-werknemer klanten of werknemers heeft benaderd; het enkel hebben van contact is voldoende voor een overtreding.2
Hoewel er in verleden een aantal uitspraken3 is gedaan waarin werd betwijfeld of een relatiebeding onder artikel 7:653 BW valt en de minister4 zich hier ooit op ongelukkige wijze over uitliet, bestaat er tegenwoordig (vrijwel) overeenstemming in rechtspraak en literatuur dat dit soort bedingen onder de reikwijdte van het artikel valt.5 Een ex-werknemer wordt immers duidelijk beperkt in de werkzaamheden die hij mag uitvoeren. Er is wel een aantal afwijkende meningen in de literatuur, welke stellen dat het werven van klanten wel onder artikel 7:653 BW zou vallen, maar het werven van werknemers niet.6 Dat standpunt is terecht bekritiseerd;7 er is geen reden denkbaar waarom hier een onderscheid tussen zou moeten worden gemaakt.