Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.4.1:9.4.1 Opstelling van de Hoge Raad in het De auditu-arrest
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.4.1
9.4.1 Opstelling van de Hoge Raad in het De auditu-arrest
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eis dat verklaringen ter terechtzitting dienen te worden afgelegd zoals neergelegd in artikel 342 lid 1 Sv, is in de jurisprudentie in vergaande mate gerelativeerd.1 Deze relativering wordt toegeschreven aan de opstelling van de Hoge Raad in het zogenaamde De auditu-arrest uit 1926.2 In deze zaak moest de Hoge Raad zijn oordeel geven over de bruikbaarheid van uitlatingen van getuigen die waren gedaan buiten het onderzoek ter terechtzitting om. Daarbij stonden twee bewijsmiddelen ter discussie. Het eerste bewijsmiddel betrof de ter terechtzitting afgelegde verklaring van getuige Eis. dat zij van getuige C.F. had vernomen dat zij met ontucht de kost moest verdienen voor de verdachte. Getuige C.F. had zelf ter terechtzitting ook een verklaring afgelegd, dat als afzonderlijk bewijsmiddel in het vonnis was opgenomen. Het tweede bewijsmiddel dat ter discussie stond, betrof een proces-verbaal van verhoor waarin door een politieambtenaar Oene was opgetekend wat E. Es tegenover hem had verklaard, namelijk dat de verdachte tegen haar had gezegd dat ‘zijn meisje voor hem den kost verdiende met op den rug te liggen’. Deze bij de politie afgelegde verklaring werd nadien ten overstaan van de rechter-commissaris door E. Es bevestigd en via de toenmalige wettelijke fictie van artikel 295 Sv als ter terechtzitting afgelegde verklaring van een getuige in de zin van artikel 342 lid 1 Sv voor het bewijs gebruikt.3 De Hoge Raad oordeelde dat zowel de uitlatingen van getuige C.F. ten overstaan van getuige Eis. als de inhoud van het proces-verbaal van politie als wettig bewijsmiddel mochten worden gebruikt.
9.4.1.1 Toelating van verklaringen van horen zeggen9.4.1.2 Inbreuk op de wettelijke regeling en bedoeling wetgever?