Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.7.5:11.5.5.7.5 Uitkomst onder het DWU?
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.7.5
11.5.5.7.5 Uitkomst onder het DWU?
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258526:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op bovenstaande afwegingen, ben ik van mening dat de betalingen voor het octrooi niet in de douanewaarde van de halffabricaten moeten worden begrepen onder het CDW-wetgevingspakket. Dit is onder het DWU-wetgevingspakket niet anders. De conclusie wordt onder het DWU gesterkt doordat het DWU geen bepaling kent waarin productie-knowhow (ten onrechte) als royalty of licentierecht wordt aangemerkt (zie onderdeel 11.5.3.3). Om die reden zouden de betalingen voor het octrooi onder het DWU in de eerste plaats al buiten de douanewaarde moeten blijven.
Mocht de betaling voor het octrooi desondanks onder het DWU binnen het concept royalty’s en licentierechten vallen, dan moet aan de drie cumulatieve voorwaarden worden getoetst. Aan het betoog ten aanzien van de eerste – is de betaling al in de werkelijk betaalde of te betalen prijs opgenomen – en tweede voorwaarde – inhoudende dat de betaling betrekking moet hebben op de ingevoerde goederen – wijzigt er onder het DWU-wetgevingspakket niets. Met betrekking tot de derde voorwaarde – de royalty’s of licentierechten worden betaald als voorwaarde van de verkoop – geldt onder het DWU niet langer dat de koper of een met hem verbonden partij de betaling moet verlangen. Er is al sprake van een voorwaarde voor verkoop als de goederen niet kunnen worden verkocht aan of aangekocht door de koper zonder betaling van royalty’s of licentierechten aan een licentiegever (artikel 136, lid 4, onderdeel c, DWU). De voorwaarde voor verkoop lijkt dan zelfs door de licentiegever geschept te kunnen worden, zelfs als deze niet met de verkoper is verbonden. Zoals uit onderdeel 11.5.6.3.2 volgt, lijkt dit iets genuanceerder te liggen en komt het ook in dit geval neer op de vraag of de betaling voor de royalty of het licentierecht voor de verkoper dermate belangrijk is dat hij zonder deze betaling niet bereid is om de goederen te verkopen. Zoals ook in 11.5.5.7.4 besproken lijkt van een voorwaarde voor verkoop geen sprake.