Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/517
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal publiekrecht. Immuniteit van jurisdictie. Weigering van Iraakse marine om toestemming te verlenen aan Nederlandse onderneming om schepen te verplaatsen naar buiten Iraakse Marine Exclusive Zone. Is sprake van acta iure imperii of van acta iure gestionis?
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:577
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/02295
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Vervoersrecht / Zeevervoer
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Fundamentele rechten van staten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:577, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:153, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑02‑2026
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal publiekrecht. Immuniteit van jurisdictie. Weigering van Iraakse marine om toestemming te verlenen aan Nederlandse onderneming om schepen te verplaatsen naar buiten Iraakse Marine Exclusive Zone. Is sprake van acta iure imperii of van acta iure gestionis?
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02295
Datum 10 april 2026
ARREST
In de zaak van
MAMMOET SALVAGE B.V.,
gevestigd te Rotterdam ,
EISERES tot cassatie,
hierna: Mammoet ,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
REPUBLIEK IRAK,
zetelende te Bagdad, Irak,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Irak,
advocaat: R.R. Verkerk.