Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/512
Verbintenissenrecht. Mededingingsrecht. Boete moedermaatschappij voor inbreuk dochtermaatschappij op mededingingsrecht; inbreuk onrechtmatig jegens moedermaatschappij?
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:596
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04040
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Mededingingsrecht / Mededingingsafspraken
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:596, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:999, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑10‑2024
- Wetingang
Art. 6:162, 6:163, 6:212 BW
Essentie
Verbintenissenrecht. Mededingingsrecht. Boete moedermaatschappij voor inbreuk dochtermaatschappij op mededingingsrecht; inbreuk onrechtmatig jegens moedermaatschappij?
Samenvatting
Uitgangspunt is dat de verdeling binnen een onderneming van aansprakelijkheid voor een boete wegens een overtreding van de mededingingsregels een kwestie is van nationaal recht en dat het aan de nationale rechterlijke instanties is om deze verdeling op grond van het op het geding toepasselijke nationale recht te bepalen met inachtneming van het recht van de Unie. Het hof heeft dit in het bestreden arrest met juistheid vooropgesteld. Een inbreuk op het mededingingsrecht door een dochtermaatschappij is niet zonder meer onrechtmatig jegens haar moedermaatschappij, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.