Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/541
Voorbereidingshandeling m.b.t. productie van GHB door als huurder van loods 937 liter GBL voorhanden te hebben, art. 10a lid 1 onder 3 jo. art. 10 lid 4 Opiumwet. 1. Bewijsklacht opzet, innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. Kon hof oordelen dat verdachte opzet had op bevordering van een van de in art. 10 lid 4 Opiumwet strafbaar gestelde gedragingen? 2. Bewijsklacht voorhanden hebben van GBL. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 07-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:559
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, C. Caminada
- Zaaknummer
23/04884
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:559, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:101, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑01‑2026
Essentie
Voorbereidingshandeling m.b.t. productie van GHB door als huurder van loods 937 liter GBL voorhanden te hebben, art. 10a lid 1 onder 3 jo. art. 10 lid 4 Opiumwet. 1. Bewijsklacht opzet, innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. Kon hof oordelen dat verdachte opzet had op bevordering van een van de in art. 10 lid 4 Opiumwet strafbaar gestelde gedragingen? 2. Bewijsklacht voorhanden hebben van GBL. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04884
Datum 7 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.