RvdW 2026/530:Voorhanden hebben van 15 stuks randvuur kogelpatronen in (koelkast van) bedrijfspand, art. 26 lid 1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht ‘bewustheid’ t.a.v. aanwezigheid van kogelpatronen. Heeft verdachte door op 16 maart 2018 munitie te zien in koelkast en kennis te vragen munitie op te halen, op 19 januari 2018 munitie voorhanden gehad? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 31 maart 2020, NJ 2020/251, m.nt. H.J.B. Sackers m.b.t. vereisten voor veroordeling voor voorhanden hebben van wapen of munitie. Hof heeft vastgesteld dat op 19 maart 2018 bij controle in bedrijfspand, dat door vrouw van verdachte werd gehuurd, in horecakoelkast een opgerolde gele keukenhanddoek is aangetroffen. In die keukenhanddoek zat magazijn/patroonhouder met daarin kogelpatronen. Vrijwel direct daarna is onder balie een geweer aangetroffen. Magazijn paste op dit geweer. Verdachte heeft verklaard dat koelkast waarin patronen zijn aangetroffen, van zijn vrouw en hem is. Paar dagen voor weekend van 17 maart 2018 en 18 maart 2018 had vrouw van verdachte aan hem verteld dat kennis kogels had gebracht en in koelkast zou neerleggen. Op 16 maart 2018 is verdachte in pand geweest en zag hij in koelkast geel doekje met daarin kogels liggen. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat die patronen pasten in wapen dat onder balie is aangetroffen. Aan bewezenverklaring dat verdachte op 19 maart 2018 15 kogelpatronen voorhanden heeft gehad, heeft hof ten grondslag gelegd dat verdachte had gehoord dat er kogelpatronen in koelkast zouden worden gelegd en hij die patronen kort voor 19 maart 2018 (namelijk op 16 maart 2018) daadwerkelijk in koelkast heeft gezien. Hof heeft verder overwogen dat enkele omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat hij kennis had gevraagd om kogelpatronen op te halen, niet aan die bewezenverklaring in de weg staat, omdat verdachte niet heeft vernomen of gecontroleerd of dit daadwerkelijk is gebeurd. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat (vanwege het ontbreken van voldoende concrete aanwijzingen dat munitie intussen was verwijderd uit koelkast) verdachte zich ervan bewust moet zijn geweest dat munitie, net als op 16 maart 2018, ook op 19 maart 2018 nog in koelkast (waarschijnlijk) aanwezig was. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Vervolg op HR 4 april 2023, RvdW 2023/465.