Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.5.6:7.5.6 Casuspositie 6: De co-ouder (BNB 2021/76)
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.5.6
7.5.6 Casuspositie 6: De co-ouder (BNB 2021/76)
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661373:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Belastingdienst heeft dat medio 2018 ook gedaan, want de tekst is aangepast op de website.
Dat was volgens het Hof ook het geval, zie r.o. 2.2.2 in HR 29 januari 2021, nr. 20/01427, BNB 2021/76; de Hoge Raad laat het in het midden want de co-ouder voldoet reeds niet aan het dispositievereiste (r.o. 2.4.3).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de casus van de co-ouder die was afgegaan op informatie op de Website en de BelastingTelefoon ligt het eenduidiger.
Toepassing van het afwegingskader laat zien dat de co-ouder op basis van de informatie (de tekst) een verdedigbare interpretatie heeft gemaakt van de voorwaarden voor toepassing van de IACK: de betekenis van ‘drie gehele dagen’ werd opgevat conform het gewone spraakgebruik (stap I). Dat wijkt weliswaar af van de specifieke bedoelde betekenis van 3x24 uur, maar de Belastingdienst gaf daarvoor geen tekstuele aanwijzing. De verwoording van de Belastingdienst is niet zozeer fout, maar wel onvoldoende precies om ervoor te zorgen dat de burger (enkel) de bedoelde interpretatie zou maken. Overigens is nog opvallend in deze casus dat de co-ouder toch reden zag om twijfelen of haar interpretatie wel overeenkwam met de bedoeling van de Belastingdienst, gezien het feit dat zij contact zocht met de BelastingTelefoon om haar lezing te verifiëren. Daar is het misverstand evenwel niet rechtgezet, maar is de co-ouder juist bevestigd in haar interpretatie en dus in haar verwachtingen. De intensiteit van het gewekte vertrouwen was dus sterk. Bovendien had de Belastingdienst tegen lage kosten (toevoeging van ‘3x24 uur’1) kunnen voorkomen dat lezers op het verkeerde been zouden worden gezet. Wat vermeld kan worden tegen lage kosten, moet immers worden vermeld (maxime van kwantiteit). Kortom, de verwachting ontleend aan de uiting op de Website was – en eens te meer na controle ervan – redelijk.2 Daaraan moeten rechtsgevolgen worden verbonden, in dit geval toekenning van de IACK (stap II).
Alles afwegende leidt toepassing van het afwegingskader ertoe dat de burger bescherming geniet tegen (tweemaal) tekortschietende informatie.