Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/3.5.3
3.5.3 De producent (afd. 6.3.3 BW)
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301646:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Gebaseerd op de Europese Richtlijn 1985/374/EG. De regeling van productenaansprakelijkheid werd per 1 november 1990 geïmplementeerd door de invoeging van de artikelen 1407a-j OBW, en na inwerkingtreding van Boek 6 BW in 1992 ondergebracht in afd. 6.3.3 BW.
Parl. gesch. Boek 6, p. 782-787.
Bijv. Klaassen 1991, p. 343.
Een vraag die in het navolgende ook aan de orde komt, is hoe de aansprakelijkheid van de beroeps- of bedrijfsmatige gebruiker (lid 1) dan wel bewaarder (lid 2) van een gevaarlijke stof uit art. 6:175 zich verhoudt tot die van de producent ex art. 6:185.
Vgl. Rb. Midden-Nederland 21 juni 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3102 (Gebroken heupprothese).
In het kader van ‘samenloop’ van kwalitatieve aansprakelijkheden voor zaken, verdient de in afd. 6.3.3 BW geregelde productenaansprakelijkheid afzonderlijke aandacht. Art. 6:185 legt een kwalitatieve aansprakelijkheid op de producent voor schade door een gebrek in zijn product.1 Onder ‘product’ wordt volgens art. 6:187 lid 1, behoudens elektriciteit, verstaan een roerende zaak, ook nadat deze een bestanddeel is gaan vormen van een andere roerende of onroerende zaak. Onder gebrek wordt begrepen het niet bieden van de te verwachten veiligheid (art. 6:186 lid 1) en onder producent onder meer de fabrikant van een onderdeel of eindproduct (art. 6:187 lid 2-4). De achtergrond van art. 6:185 e.v. betreft eveneens bescherming tegen ‘bronnen van verhoogd gevaar’.2 Omdat een gebrekkig product ex art. 6:186 jo. 187 vaak ook kwalificeert als een gebrekkige roerende zaak, kan zich hier gemakkelijk samenloop voordoen van afd. 6.3.3 BW met art. 6:173 jo. 181.3 En aangezien een zaak een product blijft ook nadat deze bestanddeel is gaan vormen van een (andere) onroerende zaak – denk aan een opstal waarin producten als hout, steen, verf of lijm zijn verwerkt –, kan zich eveneens samenloop voordoen van afd. 6.3.3 BW met art. 6:174 jo. 181.4 In geval van schade door een gebrekkige roerende zaak of opstal kan daarom naast de bezitter óf bedrijfsmatige gebruiker ex art. 6:173, 174 jo. 181 ook de producent zich als daarvoor kwalitatief aansprakelijke aandienen. Voorts kan een product kwalificeren als een in art. 6:175 bedoelde gevaarlijke stof. 5 Aldus kan zich ook samenloop voordoen tussen de door art. 6:181 lid 3 aangewezen beroeps- of bedrijfsmatige gebruiker en de producent van een gevaarlijke stof?6 De verhouding tussen afd. 6.3.2 BW en afd. 6.3.3 BW is in dit verband temeer van belang, nu afd. 6.3.3 BW een van het voor afd. 6.3.2 BW geldende art. 3:310 afwijkende verjarings-/vervaltermijn kent. In plaats van de op grond van art. 3:310 ‘gebruikelijke’ relatieve verjaringstermijn van 5 jaar (art. 3:310 lid 1 en 5) en een absolute verjaringstermijn van 20 jaar (art. 3:310 lid 1) respectievelijk 30 jaar (art. 3:310 lid 2), geldt voor afd. 6.3.3 BW een ‘eigen’ verjaringstermijn van 3 jaar (art. 6:191 lid 1) en een vervaltermijn van 10 jaar (art. 6:191 lid 2). Stel bijvoorbeeld dat een vordering op grond van afd. 6.3.3 BW tegenover de producent is verjaard of vervallen; staat ter zake van dezelfde schade dan nog een vordering open op grond van afd. 6.3.2 BW jegens de door deze afdeling aangewezen kwalitatief aansprakelijke?7
3.5.3.1 Roerende zaken3.5.3.2 Opstallen en gevaarlijke stoffen