Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/5.2
5.2 Omzetting faillissement in WSNP
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686244:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie de art. 3 en 3a Fw. en de MvT Kamerstukken II, 1992/93, 22969, nr. 3, p. 29. Vgl. Wessels I 2018, p. 202. Gelet op deze strekking heeft de Hoge Raad (HR 29 januari 2010, NJ 2010/69) bijvoorbeeld geoordeeld dat de in art. 3 lid 1 Fw genoemde termijn van veertien dagen geen fatale termijn is.
Vgl. art. 3a lid 1 Fw. Zie ook HR 6 april 2007, NJ 2007/205.
Aldus HR 26 maart 2021, NJ 2021/128 onder 3.2.2. Uit dit arrest blijkt ook dat in de verzetprocedure gericht tegen de faillietverklaring de schuldenaar om toelating tot de schuldsaneringsregeling kan verzoeken. Vgl. voorts HR 18 februari 2000, NJ 2000/296.
Vgl. artikel 15d Fw.
De mogelijkheid van omzetting bestaat ook uitsluitend tijdens de beheerfase van een faillissement. Artikel 15b lid 1 Fw bepaalt dat een dergelijk verzoek niet kan worden ingediend nadat de verificatievergadering is gehouden dan wel nadat de rechter-commissaris een beschikking ex artikel 137a lid 1 Fw heeft afgegeven.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat buiten de Faillissementswet in artikel 39Handelsregisterbesluit ook een regel is opgenomen die betrekking heeft op publicatie van een beëindiging van een faillissement op een in beginsel voor een ieder toegankelijke wijze (te weten in het Handelsregister).
Dit geldt in zijn algemeenheid daar waar de Faillissementswet publicatie van een bericht in de Staatscourant voorschrijft. Vgl. Van der Feltz I 1994, memorie van toelichting bij artikel 14 Fw, p. 324: “Dagbladen worden daarentegen in den tegenwoordigen tijd door een ieder gelezen. Zij zijn allengs het middel van publiciteit bij uitnemendheid geworden. Openbaarmaking in de Staatscourant is voorgeschreven, opdat er een bepaald dagblad zij waarvan men vooruit weet, dat men elk faillissement in het geheele land er in zal kunnen vinden.”
Hier doet niet aan af, dat feitelijk gezien wellicht weinig schuldeisers daadwerkelijk de Staatscourant raadplegen. De mogelijkheid staat in gelijke mate voor iedere schuldeiser open.
Ex artikel 19a Fw jo. het besluit van 24 november 2005, Stb. 2005, 599.
Zie www.rechtspraak.nl onder “Registers”.
Over de ratio achter dit register (destijds nog – uiteraard offline - decentraal aangehouden bij iedere rechtbank) merkt de wetgever (Van der Feltz I 1994, p. 337) op: “opdat een ieder alvorens krediet te geven uit officiële bron het financieel verleden van den kredietzoekende kan leeren kennen”. Mede gelet op het feit dat de geregistreerde gegevens na een beperkte tijd weer worden verwijderd uit het systeem (op www.rechtspraak wordt vermeld zes maanden na beëindiging van de insolventie) is het maar zeer de vraag of dit nog steeds het doel van de registratie is.
Hierna wordt ingegaan op de mogelijkheid dat een faillissement wordt beëindigd door omzetting in de schuldsaneringsregeling. In tegenstelling tot de overige vijf wijzen van beëindiging, geldt dat beëindiging via de weg van omzetting in een schuldsaneringsregeling uitsluitend mogelijk is voor een schuldenaar die natuurlijk persoon is.
Op 1 december 1998 is de Wettelijke regeling Schuldsanering Natuurlijk Personen (WSNP) in werking getreden. Het doel van de regeling is dat zoveel mogelijk wordt tegengegaan dat een natuurlijke persoon failleert.1 Indien mogelijk dient voorrang te worden gegeven aan (de behandeling van een verzoek tot) de toepassing van de schuldsaneringsregeling boven (de behandeling van een verzoek tot) het faillissement van een natuurlijke persoon.2 De natuurlijke persoon ten aanzien van wie de faillietverklaring is verzocht, kan een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen zolang de behandeling van het faillissementsverzoek nog niet is gesloten. Daarbij heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit ook nog mogelijk is indien het faillissementsverzoek, nadat het door de rechtbank is afgewezen, in hoger beroep wordt behandeld. Is evenwel eenmaal het faillissement uitgesproken, dan kan de schuldenaar – ook indien hij hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis tot faillietverklaring – slechts binnen de in art. 15b Fw vermelde grenzen om toepassing van de schuldsaneringsregeling verzoeken.3 Daarvan is sprake indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de geldende termijn4 geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of, indien het faillissement is uitgesproken, op eigen aangifte van de schuldenaar.5
Indien een omzettingsverzoek wordt toegewezen,6 wordt het faillissement opgeheven onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling.7 In dat geval wordt de boedel in de stand waarin die zich bevindt overgenomen door de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling.8 Van een verdeling is alsdan geen sprake.9 Die komt (mogelijk) pas aan de orde in het kader van de uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Aan de paritas creditorum komt in het kader van deze omzetting dan ook geen betekenis toe.
Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers manifesteert zich in het kader van de omzettingsprocedure in de volgende twee regels die zijn opgenomen in de Faillissementswet.10 Allereerst is (van oudsher) de griffier verplicht om de opheffing van het faillissement te communiceren via de publicatie van een bericht in de Staatscourant.11 De publicatie strekt ertoe derden (waaronder alle schuldeisers van de schuldenaar) in kennis te stellen van de beëindiging van het faillissement.12 Door deze regel hebben alle schuldeisers in gelijke mate de mogelijkheid om kennis te nemen van de opheffing en worden zij derhalve wat dat betreft gelijk behandeld.13
Daarnaast wordt ex artikel 19 Fw de omzetting geregistreerd in het Centraal Insolventieregister dat door de Raad voor de Rechtspraak14 wordt bijgehouden. Dit register is via het internet door iedereen te raadplegen.15 De gelijke behandeling is hierbij niet het doel van de registratie.16 Naar mijn mening leidt de gekozen vorm (registratie op een in beginsel voor een ieder en dus ook voor iedere schuldeiser toegankelijke wijze) er wel (mede) toe de gelijke behandeling van schuldeisers te waarborgen. Zo bezien is de eis dat de registratie in het Centraal Insolventieregister moet plaatsvinden een regel die (mede) de gelijke behandeling van schuldeisers beschermt.