De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2:Hoofdstuk 2 De paritas creditorum en de uitoefening in het individuele executierecht
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2
Hoofdstuk 2 De paritas creditorum en de uitoefening in het individuele executierecht
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686225:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Plan van behandeling
Voordat in de volgende hoofdstukken de rol van de paritas creditorum specifiek in het kader van een faillissement wordt besproken, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de werking van de paritas creditorum in het vermogensrecht. Daarnaast wordt de uitoefening van de paritas creditorum in het individuele executierecht besproken. Deze bespreking heeft als doel om de volgende in hoofdstuk 1 reeds geformuleerde vragen te beantwoorden:
wat houdt de paritas creditorum in en welke uitzonderingen gelden op deze regel?
op welke wijze krijgt de paritas creditorum in het individuele executierecht gestalte en welke functie of functies heeft de paritas creditorum in deze context?
Het plan van behandeling voor dit hoofdstuk is als volgt. In Nederland zegt men wel dat de paritas creditorum is neergelegd in artikel 3:277 BW. Voor een goed begrip van artikel 3:277 BW wordt in paragraaf 2.1 eerst aandacht besteed aan het verbintenisrechtelijke begrip “persoonlijk recht” en wordt in paragraaf 2.2 ingegaan op de betekenis van een verhaalsrecht in de zin van artikel 3:276 BW. In paragraaf 2.3 wordt artikel 3:277 lid 1 BW besproken. Om de paritas creditorum als hoofdregel bij de verdeling van de executie-opbrengst “reliëf” te geven, wordt in paragraaf 2.4 en in paragraaf 2.5 ingegaan op de uitzonderingen die gelden op de paritas creditorum. De paritas creditorum is een materiële bepaling van executierecht die niet alleen op collectieve executieprocedures, zoals de faillissementsprocedure, van toepassing is, maar ook op een nader te bespreken individuele executieprocedure. De werking van de paritas creditorum in het kader van deze individuele executieprocedure wordt in paragraaf 2.6 geanalyseerd. In paragraaf 2.7 wordt ingegaan op de verhouding tussen de paritas creditorum en de zogenoemde BW-pauliana. In Paragraaf 2.8 wordt ingegaan op de mogelijke verhouding tussen de paritas creditorum en het in artikel 1 van de Grondwet neergelegde gelijkheidsbeginsel. Een korte bespreking van de herkomst van de paritas creditorum vindt plaats in paragraaf 2.9. In paragraaf 2.10 worden samenvattende conclusies getrokken.
2.1 Persoonlijke rechten2.2 Verhaalsrechten2.3 Artikel 3:277 lid 1 BW2.4 De gelijke verhaalsrechten doorbroken: de uitzonderingen op de paritas creditorum2.5 De tegenpool van het voorrangsrecht: de achterstelling2.6 De paritas creditorum in het individuele executierecht2.7 De BW-pauliana en de “schemerperiode” voor het beslag2.8 Korte verkenning van vroegere functies van de paritas creditorum2.9 De paritas creditorum en het gelijkheidsbeginsel ex artikel 1 Grondwet2.10 Resumé