Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3
Hoofdstuk 3 De rol van de paritas creditorum tijdens de beheerfase van een faillissement
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686250:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aan deze door de Hoge Raad ontwikkelde rechtsregel zal ik verderop in dit hoofdstuk nader aandacht besteden.
Ook wel aangeduid als: “het beginsel van de gelijke behandeling”, het “gelijkheidsbeginsel” of “het beginsel van de paritas creditorum”. Onder vereenzelviging beschouw ik ook de situatie dat de paritas creditorum als rechtsregel één op één als uitwerking van het beginsel van gelijkheid van schuldeisers wordt beschouwd.
Zie bijvoorbeeld Boekraad 1997, p. 5, Messelink & Van den Bosch 2017, p. 231, Polak/Pannevis 2022/1.2; Rank-Berenschot 1993, p. 103, Soedira 2011, p. 17, Wessels 2010, p. 271, Wessels I 2018, p. 5 en Vriesendorp 2013. Deze benadering staat overigens in een respectabele historische traditie: Vgl. Erasmus 1976, p. 15 e.v. en Molengraaff 1936, p. 228 en 229. Dit laat onverlet dat ik van mening ben dat in het kader van de ontwikkeling van het insolventierecht naar een volwassen rechtsgebied een nadere systematisering behoort plaats te vinden waarbij (in dit verband) nuanceringen wordt aangebracht op een containerbegrip als de paritas creditorum. Containerbegrip in de zin dat de paritas creditorum vaak wordt gebruikt als “regelneef” voor alles wat in een faillissement met gelijkheid te maken heeft en waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers, de gelijkheidsregel en de paritas creditorum. Verstijlen brengt overigens wel onderscheid aan tussen de paritas creditorum en het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers. Vgl. Verstijlen 2006, p. 1167 e.v. Franken 2019, p. 41-45 splitst het “paritas-beginsel” in “een tweetal twee grootheden, de rangorde-paritas en de samenloop-paritas”.
Een tweede homoniem derhalve. Zie bijvoorbeeld: Rank-Berenschot 1993, p. 103 e.v.
Inleiding
In het vorige hoofdstuk is de rol van de paritas creditorum in het individuele executierecht besproken. Het faillissement is een belangrijke insolventiemaatregel in het collectieve executierecht. In dit hoofdstuk en de twee hiernavolgende hoofdstukken wordt ingegaan op de vraag welke juridische functie de paritas creditorum in het kader van een faillissement heeft. In dit verband wordt tevens onderzocht wat het stelsel van gelijkheidsregels in het kader van een (Nederlands) faillissement, waarbinnen de paritas creditorum een plaats heeft, inhoudt. In dit hoofdstuk en het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op deze vragen tegen de achtergrond van de eerste fase, de beheerfase, van een faillissement. In hoofdstuk 4 wordt specifiek één onderdeel uit de beheerfase uitgelicht: het nemen van maatregelen om te zorgen dat de boedel alsnog in de stand terecht komt waarin deze behoort te verkeren (of anders gezegd: de reconstructie van de boedel).
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de beheerfase zonder aandacht te besteden aan de reconstructie van de boedel. In hoofdstuk 5 wordt op de genoemde vragen ingegaan tegen de achtergrond van de tweede fase van een faillissement.
Om de mogelijke juridische functie van de paritas creditorum in de eerste fase van een faillissement te kunnen vaststellen, moet een afbakening plaatsvinden tussen de gelijkheidsinstrumenten, te weten enerzijds de paritas creditorum en anderzijds twee aanverwante rechtsfiguren: het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers en een door de Hoge Raad ontwikkelde ongeschreven rechtsregel, door mij genoemd: de gelijkheidsregel.1 Een afbakening is te meer geïndiceerd nu hierover in de literatuur verschillend wordt gedacht.
Regelmatig wordt de paritas creditorum ex artikel 3:277 BW vereenzelvigd met (het beginsel van) de gelijkheid van schuldeisers.2 De paritas creditorum wordt in deze benadering (impliciet) als homoniem beschouwd, waarbij hij soms de betekenis heeft van de concrete in artikel 3:277 BW neergelegde verdelingsregel en soms van het aan het faillissementsrecht ten grondslag liggende beginsel van de gelijkheid van schuldeisers.3 Vervolgens wordt in de nodige gevallen onder het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers begrepen:4 zowel het aan het executierecht ten grondslag liggende beginsel van de gelijkheid van schuldeisers als de door de Hoge Raad ontwikkelde gelijkheidsregel. Eén rechtsbeginsel en twee rechtsregels worden in deze benadering over één kam geschoren. In dit hoofdstuk zal ik – in het licht van de voorliggende onderzoeksvraag – mijn visie op het onderscheid tussen de gelijkheidsinstrumenten uiteenzetten.
Het plan van aanpak is als volgt. Eerst zal ik toelichten waaruit volgt dat de paritas creditorum niet alleen in het kader van een individuele executieprocedure, maar ook tijdens het faillissement van de schuldenaar geldt. Vervolgens zal ik de begrippen beheerfase en verdelingsfase nader definiëren. Daarna zal ik ingaan op de rol van de gelijke behandeling tijdens een faillissement waarbij ik de karakteristieken van het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers, de gelijkheidsregel en de paritas creditorum zal bespreken.
3.1 Toepasselijkheid artikel 3:277 BW tijdens faillissement3.2 Beheren en vereffenen3.3 Beginsel van gelijkheid van schuldeisers3.4 De gelijkheidsregel3.5 De paritas creditorum3.6 Resumé