Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.5.3:3.5.3 Terug naar de rechtseconomische argumenten
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.5.3
3.5.3 Terug naar de rechtseconomische argumenten
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297702:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze vraag stelt ook Stout (Stout 2001/02, p. 1195).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer wij deze twee opvattingen en de daarmee corresponderende visies naast de twee voornoemde rechtseconomische argumenten en de opvattingen betreffende de Nederlandse vennootschap leggen, ontstaat een aansluitingsprobleem. De rechtseconomische argumenten lijken uit te gaan van de opvatting van Berle, dat de vennootschap er is om het belang van de aandeelhouders te behartigen. Dit is evident bij het eerstgenoemde rechtseconomische argument. Als de vennootschap ‘van de aandeelhouders is’, ligt het voor de hand dat het aandeelhoudersbelang centraal staat. Hoewel (wellicht) minder evident, geldt ook voor het tweede rechtseconomische argument dat ervan wordt uitgegaan dat de vennootschap er is om het aandeelhoudersbelang te behartigen. Gewezen is al op het bezwaar dat de aandeelhouders niet de enige residual claimants zijn. Het argument dat hiertegen zou kunnen worden geformuleerd is, dat hoewel de aandeelhouders thans niet de enige residual claimants zijn, zij dit eigenlijk wel zouden moeten zijn. De vraag die dan naar voren komt, is waarom dit zo zou moeten zijn?1 Dan moet toch weer worden teruggegrepen op het debat tussen Berle en Dodd en de daaraan ten grondslag liggende opvattingen. De aandeelhouders zouden de enige residual claimants moeten zijn, omdat de vennootschap bestaat als instrument van haar aandeelhouders.
Het Nederlandse recht lijkt de opvattingen van Dodd te volgen, welke sterk terugkomen in het in Nederland gehanteerde stakeholder model, het idee van samenwerking in de vennootschap en het uitgangspunt van belangenpluralisme. Dit heeft tot gevolg dat moet worden geconcludeerd dat de eerste twee rechtseconomische argumenten niet samengaan met de in Nederland heersende opvatting omtrent het karakter van de vennootschap.