Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.3.2.5
7.3.2.5 Beroep door de curator
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186797:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Wessels Insolventierecht V 2014/5067 en Verstijlen 1998, p. 256.
Vgl. Verstijlen 1998, p. 105-106, 116 en 256 en MvT, Van der Feltz II, p. 104.
Of dan is die tot stand gekomen door een eenzijdige rechtshandeling van de junior, dan mag van degene tot wie de daartoe strekkende verklaring is gericht hetzelfde worden verwacht als van de wedepartijen bij de achterstellingsovereenkomst.
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 14 maart 1935, NJ 1936/685 (Schielaar/Roeper Bosch q.q.) en verder par. 7.3.3.
434. Als de achtergestelde schuldeiser zijn achterstelling bij het indienen van zijn vordering niet vermeldt dan zijn de schuldeisers die niet van de achterstelling weten aangewezen op de curator. De curator toetst de ingediende vorderingen aan de administratie van de failliet, treedt bij twijfel met de schuldeiser in overleg, kan van de schuldeiser overlegging van bewijsstukken en inzage in de administratie vorderen en betwist zo nodig de ingediende vordering of de beweerde eigenschappen daarvan.1 De curator kan ook (alleen) de rang van de vordering betwisten, als hij die eigenlijk achtergesteld acht. Dit past bij de verdelende taak van de curator, die ieder van de schuldeisers moet geven wat hem toekomt. De schuldeisers mogen van de curator verwachten dat die een achterstelling waarvan hij op de hoogte is tijdens de verificatie aan de orde stelt. Daaraan doet niet af dat weinig eisen worden gesteld aan het onderzoek door de curator.2
Bij veel achterstellingen is de schuldenaar partij. Die achterstellingen blijken uit de administratie van de failliet. Als de curator over die administratie beschikt behoort hij de achterstelling tijdens de verificatie aan de orde te stellen als de juniorschuldeiser niet bij de indiening van zijn vordering op de achterstelling wijst. De curator die dit nalaat kan aansprakelijk zijn jegens de schuldeisers wiens uitkering vermindert door de erkenning van de achtergestelde vordering als concurrent.3
De curator heeft in het bijzonder een taak bij de verificatie van algemeen achtergestelde vorderingen omdat die achterstellingen tot voordeel strekken van partijen die bij de totstandkoming daarvan niet betrokken waren. Specifieke achterstellingen komen doorgaans tot stand op verzoek van de senior. Van die senior kan meer waakzaamheid worden verwacht bij de verificatie van de achtergestelde vordering.
Als de schuldenaar geen partij is bij de achterstelling dan blijkt die niet uit zijn administratie, maar dan is die overeengekomen tussen de junior en een of meer andere schuldeisers.4 Van die schuldeisers kan worden verwacht dat zij zelf zo nodig de achtergestelde vordering of de rang daarvan betwisten. Dat geldt ook voor schuldeisers aan wie de verklaring vereist voor een eenzijdige achterstelling is uitgebracht.
Op de verificatievergadering kunnen de curator en de schuldeisers de achterstelling aan de orde stellen. Als een achtergestelde vordering dreigt te worden erkend zonder recht te doen aan de achterstelling, dan kunnen de schuldeisers en de curator die vordering, de hoogte daarvan, of de rang daarvan betwisten.5 Komen de betwistende curator of schuldeiser en de juniorschuldeiser niet tot overeenstemming, dan verwijst de rechter-commissaris het conflict naar de renvooiprocedure.6 Daarin moet dan een beslissing worden genomen over de erkenning van het verhaalsrecht van de achtergestelde schuldeiser.