Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.2.4
5.4.2.4 Insolvenzplanverfahren
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197706:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het bestuur kan tevens uiterlijk tot het moment dat de rechter besluit tot opening van een definitieve insolventieprocedure een Insolvenzplan indienen wanneer het geen gebruik maakt van een Schutzschirm.
§270 lid 1 InsO.
Schuldeisers moeten na opening van de insolventieprocedure hun vorderingen aanmelden bij de Sachwalter, zie §174 InsO.
§218 InsO jo. §284 InsO. De Insolvenzverwalter is, al dan niet in opdracht van de vergadering van schuldeisers, bevoegd een akkoord aan te bieden wanneer Eigenverwaltung niet van toepassing is, zie §218 lid 1 InsO.
Zie o.a. MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 218 Rn. 193-201 en Uhlenbruck/Lüer/Streit 2019, InsO § 218 Rn. 17-21.
§219-221 InsO.
§231 InsO.
Deutscher Bundestag Drucksache 12/2443, p. 204.
Deutscher Bundestag Drucksache 12/2443, p. 204.
Art. 4 lid 6 Richtlijn.
§235 InsO en §232 InsO. Tevens verzoekt de rechter onder meer de Sachwalter en de vergadering van schuldeisers (indien ingesteld) om hun opinie.
§241 InsO.
§235 lid 2 sub 1 InsO jo. §74 InsO jo. §9 InsO.
§235 lid 3 InsO.
Uiterlijk na afloop van de periode van het Schutzschirm dient het bestuur van de vennootschap het onder het Schutzschirm voorbereide Insolvenzplan in bij de rechtbank.1 De rechter besluit vervolgens over de opening van een definitieve insolventieprocedure. Het Insolvenzplanverfahren vangt dan aan. Zolang nog aan de vereisten voor Eigenverwaltung wordt voldaan, besluit de rechtbank gelijktijdig tot toewijzing van de Eigenverwaltung.2 De vorläufige Sachwalter wordt de definitieve Sachwalter.3 Naast het bestuur is ook de Sachwalter, in opdracht van de vergadering van schuldeisers, bevoegd een akkoord aan te bieden.4 Concurrerende voorstellen kunnen daardoor voorkomen. De Insolvenzordnung zwijgt over dit onderwerp. In de literatuur wordt aangenomen dat beide voorstellen na elkaar worden voorgelegd aan de schuldeisers en de aandeelhouders.5 Het is echter onduidelijk wat de rechter moet doen indien beide akkoorden zijn aangenomen.
De bij het akkoord betrokkenen moeten weloverwogen over het akkoord kunnen stemmen en de rechter moet tot homologatie van het akkoord kunnen besluiten. Het Insolvenzplan bevat daarom een zogenoemd darstellender Teil en een gestaltender Teil.6 Een darstellender Teil geeft, kort gezegd, de oorzaken van de financiële problemen weer en de maatregelen die de vennootschap heeft genomen (of zal nemen) om de schulden te herstructureren. Een gestaltender Teil geeft aan hoe het Insolvenzplan de rechtspositie van de bij het akkoord betrokken aandeelhouders en schuldeisers wijzigt.
Reeds in de beginfase van de akkoordprocedure heeft de rechter in Duitsland een zeer actieve rol. De rechter moet het Insolvenzplan ‘vorprüfen’ binnen twee weken na ontvangst ervan. Hij moet het akkoord ambtshalve afwijzen indien (i) de regels met betrekking tot het recht een akkoord aan te bieden en de inhoud ervan – in het bijzonder de klassenindeling – niet zijn nageleefd en de gebreken niet kunnen worden verholpen, (ii) overduidelijk geen uitzicht bestaat op aanname van het akkoord door de schuldeisers en/of aandeelhouders of op homologatie van het akkoord door de rechter of (iii) de afspraken uit het akkoord overduidelijk niet kunnen worden nagekomen.7 De Vorprüfung behelst geen uitvoerige inhoudelijke beoordeling van het akkoord, “andernfalls würde das Gericht der Entscheidung der Gläubiger in ungerechtfertigter Weise vorgreifen.”8 De gedachte achter de Vorprüfung is als volgt: “Einen Plan, der dem Schuldner nicht einmal das Existenzminimum läßt, hat das Gericht zurückzuweisen.”9 De rechter is bij de beoordeling over de homologatie van het akkoord niet gebonden aan de in het kader van de Vorprüfung genomen beslissing.10
De actieve opstelling van de Duitse rechter in de beginfase van de akkoordprocedure is het tegenovergestelde van het uitgangspunt in de WHOA. Onder de WHOA beoordeelt de rechter in beginsel pas inhoudelijk het akkoord bij de homologatie van het akkoord.11 Weinig rechterlijke betrokkenheid bevordert een efficiënte akkoordprocedure en drukt de kosten ervan. De Richtlijn stimuleert dit ook.12 De actieve opstelling van de rechter in Duitsland is niet in strijd met de Richtlijn, aangezien de Richtlijn lidstaten niet verplicht de rechterlijke betrokkenheid te beperken.
Wanneer de rechter het akkoordvoorstel niet in de Vorprüfung afwijst, bepaalt de rechter de datum waarop het Insolvenzplan wordt besproken, het stemrecht van de bij het akkoord betrokkenen wordt vastgesteld (Erörterungstermin) en vervolgens de stemming in de verschillende stemklassen plaatsvindt (Abstimmungstermin).13 Doorgaans vindt dit op eenzelfde dag plaats (binnen een maand na indiening van het Insolvenzplan), maar de stemming over het akkoord kan ook later geschieden wanneer in de eerste vergadering wijzigingen in het akkoord zijn doorgevoerd.14 De stemming vindt doorgaans in een fysieke vergadering plaats, maar kan ook schriftelijk geschieden. De uitnodiging voor de stemvergaderingen geschiedt door een publiekelijke aankondiging, via in ieder geval een website.15 Daarnaast ontvangen de bij het akkoord betrokken aandeelhouders en schuldeisers een uitnodiging voor de vergaderingen.16