Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3
3.3 Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197840:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Richtlijn is ook van toepassing op natuurlijke personen die ondernemer zijn. Art. 2 lid 2-4 Richtlijn geeft verder weer welke schuldenaren (geen) gebruik kunnen maken van de procedure.
Art. 2 lid 1 sub 2 Richtlijn. De Richtlijn hanteert overigens een breder begrip dan aandeelhouder, te weten kapitaalhouder (equity holder). Het betreft alle verschaffers van eigen vermogen waaronder aandeelhouders en vennoten, voor zover zij geen schuldeiser zijn. Lidstaten kunnen ervoor kiezen dat ook vorderingen van werknemers mogen worden gewijzigd. De Nederlandse WHOA sluit een wijziging van de rechtspositie van werknemers uit (art. 369 lid 4 Fw), in tegenstelling tot de Duitse wetgeving (§222 lid 3 InsO).
Art. 4 lid 5 Richtlijn. Zie hierover kritisch Veder & Mennens 2018, p. 560.
MvT WHOA, p. 4. De minister heeft in zijn Voortgangsbrief programma Herijking Faillissementsrecht van 27 augustus 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 33 695, nr. 18, p. 3) aangekondigd een afzonderlijk wetsvoorstel op te stellen voor de implementatie van de Richtlijn en daarmee de regeling van het surseanceakkoord in overeenstemming te brengen met de Richtlijn.
Zie par. 5.3.3 over de vraag of de Duitse procedure voldoet aan de Richtlijn.
O.a. Tollenaar 2017, p. 66 en Payne 2018, p. 463.
In deze paragraaf staat de richtlijn betreffende herstructurering en insolventie centraal, met daarbij de focus op de positie van aandeelhouders(rechten). De Richtlijn biedt een raamwerk voor een preventief herstructureringsstelsel. Iedere vennootschap met een levensvatbare onderneming moet wanneer sprake is van dreigende insolventie (likelihood of insolvency) toegang hebben tot een preventief herstructureringsstelsel.1 Het preventief herstructureringsstelsel vindt zijn uitwerking in een akkoordprocedure. De procedure kan zowel zien op het herstructureren van schulden als op het herstructureren van de activa van de onderneming. Een akkoord wordt aan de schuldeisers en de aandeelhouders aangeboden van wie de vorderingen of de rechten worden gewijzigd.2 De bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders stemmen vervolgens in stemklassen over het akkoord. Een rechter dient tot slot te besluiten over de homologatie van het akkoord waardoor het akkoord voor de betrokkenen bindend wordt. In de volgende subparagrafen komt het preventief herstructureringsstelsel zoals voorzien in de Richtlijn gedetailleerd aan bod.
De Richtlijn bevat minimumvereisten. Een harmonisatie van kernaangelegenheden van het insolventierecht, zoals de rangindeling van vorderingen en een definitie van (dreigende) insolventie, is niet beoogd. Het is aan de lidstaten het raamwerk verder in te vullen en hun bestaande wetgeving erop aan te passen. In een aantal bepalingen van de Richtlijn is aangegeven of en in hoeverre lidstaten van de minimumvereisten mogen afwijken. De afwijkingsmogelijkheden geef ik bij de bespreking van het preventief herstructureringsstelsel aan.
Lidstaten zijn niet verplicht één preventieve herstructureringsprocedure te hebben die voldoet aan alle minimumvereisten uit de Richtlijn. Een combinatie van al dan niet bestaande procedures, maatregelen of bepalingen, die tezamen aan de minimumvereisten voldoen, is toegestaan, mits op een coherente wijze de rechten en de waarborgen uit de Richtlijn aan de bij het akkoord betrokkenen worden verleend.3 De Nederlandse wetgever beoogt met de WHOA aan te sluiten bij de Richtlijn.4 Engeland en Duitsland kennen reeds voor de inwerkingtreding van de Richtlijn een zekere vorm van een preventieve herstructureringsprocedure.5 Waar relevant voor de positie van aandeelhouders, verwijs ik in deze paragraaf vooruit naar belangrijke verschillen tussen de Richtlijn en de nationale bestaande en toekomstige wetgeving die in de volgende hoofdstukken aan bod komen. Ook verwijs ik op een aantal plekken voor een gedetailleerde bespreking van de vereisten vooruit naar de hoofdstukken over Engels, Duits en Nederlands recht. De Richtlijn is sterk gebaseerd op de Engelse scheme en de Amerikaanse Chapter 11-procedure.6
3.3.1 Doel en inhoud3.3.2 Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen: cruciale aandeelhouders3.3.3 Bewustwording financiële problemen3.3.4 Aanvang van de procedure3.3.5 Stemklassen3.3.6 Stemming over het akkoord3.3.7 Homologatie van het akkoord3.3.8 Cross class cramdown3.3.9 Gevolgen van een gehomologeerd akkoord3.3.10 Rechtsmiddelen3.3.11 Aandeelhoudersrechten