Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.10.2
5.4.10.2 Appellabele of cassabele beslissing van de nationale rechter en de Commissie heeft een beschikking genomen of is voornemens een beschikking te nemen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574034:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Komninos 2008, p. 135. Komninos wijst op het feit dat de nationale rechter ook op grond van art. 234 EG een prejudiciële vraag kan stellen aan het HvJ EG.
HvJ EG 14 december 2000, zaak C-344/98 (Masterfoods), Jur. 2000, p. 1-11369, r.o. 48; Komninos 2008, p. 126-127. Op grond van art. 85 EG waakt de Commissie voor de toepassing van de in de art. 81 EG en 82 EG neergelegde beginselen. De Commissie stelt op verzoek van een lidstaat of ambtshalve (en in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, welke haar daarbij behulpzaam zijn) een onderzoek in naar de gevallen van vermoedelijke inbreuk op de in de art. 81 EG en 82 EG neergelegde beginselen. Indien de Commissie blijkt dat inbreuk is gepleegd, stelt de Commissie passende middelen voor om daaraan een eind te maken.
R.o. 48.
Komninos 2008, p. 127.
Een vonnis gaat in kracht van gewijsde indien tegen dat vonnis geen rechtsmiddel meer kan worden aangewend.1 Indien de Commissie gedurende de tijd dat het vonnis van de rechter nog niet in kracht van gewijsde is gegaan een beschikking neemt, zal de appelrechter of cassatierechter op grond van artikel 16 lid 1 Verordening 1/2003 en Masterfoods geen beslissing mogen nemen die strijdig is met de beschikking van de Commissie. Tevens moeten de appelrechter en cassatierechter vermijden een beslissing te nemen die in strijd zou zijn met een beschikking die de Commissie overweegt te geven in een door haar begonnen procedure. De Commissie of de nationale mededingingsautoriteit kan eventueel als amicus curiae optreden bij de appelrechter of de cassatierechter.2
De Commissie hoeft op grond van Masterfoods en artikel 85 EG geen rekening te houden met de eerdere uitspraak van de nationale rechter. De Commissie kan volgens het HvJ EG bij de vervulling van de haar door het EG-Verdrag toegekende taak niet gebonden zijn aan een beslissing die een nationale rechter op grond van de artikelen 81 EG en 82 EG heeft gegeven.3 De Commissie is dan ook volgens het HvJ EG bevoegd individuele beschikkingen houdende toepassing van de artikelen 81 en 82 EG te geven indien een nationale rechter reeds heeft beslist over een overeenkomst of gedraging en de door de Commissie voorgenomen beschikking in tegenspraak is met die rechterlijke beslissing.4
Wel kan verdedigd worden dat de Commissie op grond van de gemeenschapstrouw ex artikel 10 EG (en de daarmee gepaard gaande plicht tot samenwerking tussen de gemeenschapsinstellingen, zoals tussen de Commissie en de nationale rechter als decentrale gemeenschapsrechter) een dergelijke actie terughoudend dient toe te passen en dient te beperken tot gevallen waarin serieuze beleidsdoelen op het spel staan en optreden van de Commissie daadwerkelijk in het belang van de gemeenschap is.5