Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.2.3.1
2.2.3.1 De modellen nader beschouwd
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197732:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bezemer, Van den Bosch & Volberda 2012, p. 19.
Zie o.a. Schwarz & Steins Bisschop 2007, p. 60, Schwarz & Steins Bisschop 2008, p. 142 en Bezemer, Van den Bosch & Volberda 2012, p. 19. Zie ook Horn & Vliegenthart 2010 die vanaf p. 63 uiteenzetten hoe politiek-economisch een verschuiving richting het shareholder model is ontstaan.
Bezemer, Van den Bosch & Volberda 2012, p. 22-23.
Preambule nr. 7 Nederlandse CGC 2008.
Hfst. 1 Nederlandse CGC 2016.
Principe 1.1.1 onder v Nederlandse CGC 2016. De nadruk op aandeelhoudersbelangen is echter een slinger die heen en weer gaat in de loop der tijd (zie Honée 2016). Zo is de aandeelhoudersrichtlijn (Richtlijn (EU) 2017/828) recent herzien, waarin aandeelhouders ten aanzien van het bezoldigingsbeleid van bestuurders stemrecht is toegekend.
Jensen 2001, p. 17 en Assink/Slagter 2013, p. 4.
O.a. Josephus Jitta 2007 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/36.
Zie o.a. Assink 2016a, p. 496 en Schwarz 2018a, par. 1.1.
Glozbach 2008, p. 157 en Roth 2013, p. 263.
Bijv. Zweites Finanzmarktförderungsgesetz 1994, Gesetz zur Kontrolle und Transparenz im Unternehmensbereich 1998 en Wertpapiererwerbs- und Übernahmegesetz waarin artikelen zijn opgenomen over o.a. aandelenopties, het terugkopen van aandelen en de versterking van stemrechten van aandeelhouders. Zie ook uitgebreid Bradley & Sundaram 2003.
Art. 4.1.1 Duitse CGC. Zie hierover Spindler/Stilz/Fleischer 2019, AktG § 76 Rn. 41. Roth zet uiteen dat de code spreekt over de belangen van de onderneming en niet de belangen van de vennootschap en dat dit meer ziet op een shareholder value. Zie Roth 2010, p. 64.
Baumbach/Hueck/Zöllner/Noack 2017, GmbHG § 43 Rn. 20-21 en MüKoGmbHG/Fleischer 2019, GmbHG § 43 Rn. 16-19.
O.a. Keay 2010, p. 369 en Collison e.a. 2011, p. 19.
Williams 2012, p. 367. Zie ook Ajibo 2014, p. 49 en Davies & Worthington 2016, p. 503.
O.a. Keay 2007, p. 591 en Ajibo 2014, p. 50.
Jensen 2001, p. 16.
Zie o.a. Keay 2007, p. 591 en Williams 2012, p. 362.
Zie ook Verdam 2013, par. 7. S.172 CA 2006 is slechts afdwingbaar door de vennootschap zelf, zie s.170 CA 2006.
De twee modellen lijken (elkaars) uitersten. Toch vindt tussen de twee modellen een zekere convergentie plaats vanwege de globalisering en internationalisering van het bedrijfsleven.1 Hieronder beschouw ik de invulling van de modellen in Nederland, Duitsland en Engeland.
Nederland
Sommige auteurs spreken van een verschuiving in de corporate governance van Nederlandse vennootschappen van een stakeholder-benadering naar een shareholder-benadering vanwege een versterking van de positie van de aandeelhouder en aandeelhoudersactivisme.2 Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen vaker de focus leggen op aandeelhouderswaarde, vooral vennootschappen waarin Anglo-Amerikaanse aandeelhouders de meerderheid vormen en vennootschappen met grote investeerders die een financiële achtergrond hebben.3 In de Nederlandse Corporate Governance Code 2008 stond expliciet dat bij de afweging van de belangen van de stakeholders (gericht op de continuïteit van de onderneming) moet worden gestreefd naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn.4 Bij de herziening van de Code in 2016 is het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn vervangen door de term langetermijnwaardecreatie.5 De aandeelhouderswaarde is naar de achtergrond verdwenen en de belangen van alle stakeholders staan meer centraal.6 Aandeelhouders profiteren van een goed presterende en winstgevende vennootschap – of in de bewoordingen van de Code, van langetermijnwaardecreatie – en andersom is langetermijnwaardecreatie voor aandeelhouders een belangrijke determinant voor de langetermijnwaardecreatie van de onderneming.7
Hoewel de Nederlandse Corporate Governance Code ziet op beursvennootschappen, kan een zekere reflexwerking aan de (normen van de) Code worden toegekend voor niet beursgenoteerde (grote) vennootschappen.8 Ook bij besloten vennootschappen geldt de stakeholder-benadering. De belangen van alle stakeholders moeten worden afgewogen en dit betekent dat belangen van aandeelhouders niet altijd prevaleren. Wel kunnen de belangen van aandeelhouders in een BV met een sterk besloten karakter (in vergaande mate) samenvallen met het vennootschappelijk belang.9 In paragraaf 2.7.1.1 komt aan bod wat precies in Nederland onder het vennootschappelijk belang wordt verstaan. Dit richtsnoer voor het bestuur is in feite een uitwerking van het stakeholder model.
Duitsland
Een enigszins vergelijkbare tendens in de corporate governance is in Duitsland waar te nemen bij AG’s. Er wordt ook wel gesproken van toepassing van een hybride vorm van de twee modellen.10 Vanaf 1994 zijn in Duitsland diverse wetten aangenomen ten gunste van aandeelhouders.11 In 2009 is, als reactie op de economische crisis, in de Duitse Corporate Governance Code toegevoegd dat het bestuur bij de uitoefening van zijn taak rekening dient te houden met de belangen van stakeholders, waaronder de aandeelhouders:
“Der Vorstand leitet das Unternehmen in eigener Verantwortung im Unternehmensinteresse, also unter Berücksichtigung der Belange der Aktionäre, seiner Arbeitnehmer und der sonstigen dem Unternehmen verbundenen Gruppen (Stakeholder) mit dem Ziel nachhaltiger Wertschöpfung.”12
Deze bepaling komt in grote mate overeen met §70 AktG: “Der Vorstand hat unter eigener Verantwortung die Gesellschaft so zu leiten, wie das Wohl des Unternehmens unter Berücksichtigung der Interessen der Aktionäre und der Arbeitnehmer sowie des öffentlichen Interesses es erfordert.”
Een equivalent van §70 AktG ontbreekt in het GmbH-Gesetz. Bij de GmbH is, in tegenstelling tot de AG, het belangenpluralisme minder prominent aanwezig doordat aandeelhouders veel macht toekomt. Aandeelhouders van een GmbH kunnen invloed uitoefenen op het doel/bestaan van de vennootschap en het bestuur, onder meer doordat de algemene vergadering het statutaire doel van de vennootschap kan wijzigen, kan besluiten tot ontbinding van de vennootschap en een vergaande instructiemacht heeft. Hoewel de rechtspraak niet eenduidig is, lijkt deze de focus op de belangen van aandeelhouders bij een GmbH te ondersteunen, omdat “der Wille einer GmbH im Verhältnis zu ihrem Geschäftsführer grundsätzlich durch denjenigen ihrer Gesellschafter repräsentiert (wurde).”13 Met andere woorden, de aandeelhouder kan veel bepalen in een GmbH, zo ook het belang van de vennootschap. Een meerderheid in de literatuur sluit zich aan bij deze shareholder-benadering voor de GmbH.14
Engeland
In Engeland is geen sprake meer van een exclusieve focus op de belangen van aandeelhouders. De Engelse corporate governance heeft tegenwoordig meer oog voor de belangen van andere stakeholders.15 Artikel 172 Companies Act 2006 getuigt van een zogenoemde enlightened shareholder value. Dit houdt in dat een bestuurder de plicht heeft het succes van de vennootschap te bevorderen voor de aandeelhouders, maar dat hij daarbij tevens belangen van andere stakeholders en maatschappelijke belangen in ogenschouw moet nemen. Artikel 172 lid 1 Companies Act 2006 luidt als volgt:
“A director of a company must act in the way he considers, in good faith, would be most likely to promote the success of the company for the benefit of its members as a whole, and in doing so have regard (amongst other matters) to–
the likely consequences of any decision in the long term,
the interests of the company’s employees,
the need to foster the company’s business relationships with suppliers, customers and others,
the impact of the company’s operations on the community and the environment,
the desirability of the company maintaining a reputation for high standards of business conduct, and
the need to act fairly as between members of the company.”
Schuldeisers vormen geen specifieke categorie waarmee het bestuur rekening moet houden bij het bevorderen van het succes van de vennootschap. Dit neemt niet weg dat regels en normen ten aanzien van de bescherming van schuldeisers(belangen) blijven gelden, zie lid 3: “The duty imposed by this section has effect subject to any enactment or rule of law requiring directors, in certain circumstances, to consider or act in the interests of creditors of the company.” Het bestuur moet met name rekening houden met de belangen van schuldeisers wanneer de vennootschap financiële problemen heeft (zie par. 4.2).
Verschillende auteurs voeren aan dat ook vóór 1 oktober 2007, de invoeringsdatum van artikel 172 Companies Act 2006, bestuurders al rekening dienden te houden met belangen van niet-aandeelhouders en dat de enlightened shareholder value in die zin niet veel verandering in de visie op ondernemingen heeft gebracht: the “provisions do little more than make explicit that which had always been implicit in the common law.”16 Het bestuur kan de belangen van aandeelhouders immers niet zo goed mogelijk dienen wanneer belangen van andere stakeholders worden genegeerd of zelfs veronachtzaamd.17 “We cannot maximize the long-term market value of an organization if we ignore or mistreat any important constituency.”18 Een slechte verhouding met bijvoorbeeld werknemers of leveranciers komt het succes van een vennootschap niet ten goede. Ook een korte – in plaats van lange – termijn waardecreatie past hier niet (meer) in. Dit neemt niet weg dat onder de enlightened shareholder value, zolang de vennootschap niet insolvent is, de (lange termijn) belangen van aandeelhouders steeds voorop blijven staan en andere belangen slechts dit doel dienen en ondersteunen.19 In die zin werken de belangen van de stakeholders van een vennootschap door in de belangen van de aandeelhouders van een vennootschap.20