Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.1.7:4.3.1.7 Slotsom
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.1.7
4.3.1.7 Slotsom
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493015:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf stond art. 29 lid 1 Wet OB 1968 (vanaf 2017) centraal. Onder verwijzing naar het civiele recht heb ik diverse vormen van (niet-)betaling besproken. Ik heb vastgesteld dat het aan de verlaging van de maatstaf van heffing gekoppelde gevolg (het ontstaan van een recht op teruggaaf van btw) juist is. Met referte aan het Unierecht heb ik geconcludeerd dat toepassing van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 niet zou mogen verlangen dat de vergoeding eerst in rekening moet zijn gebracht en dat ten onrechte gefactureerde btw inderdaad van de werking van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 is uitgesloten. Ik kom tot de algehele conclusie dat art. 29 lid 1 Wet OB 1968 verenigbaar is met het Unierecht en het rechtskarakter van de btw meer dan voldoende eer aan doet.