Beleidsbepaling en aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/4.2.4.3.3:4.2.4.3.3 Afsluitende opmerkingen
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/4.2.4.3.3
4.2.4.3.3 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254361:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. De Savornin Lohman 2007, p. 147; buiten de hier behandelde uitspraken is mij geen andere rechtspraak bekend.
Art. 2:250 (140) lid 2 BW.
Verboom 2017, p. 230.
Vgl. Van Schilfgaarde 2017, p. 282; Van Ginneken 2017, p. 201-202.
Vgl. reeds Löwensteyn 1988, p. 127.
Kamerstukken II 1983/84, 16 631, nr.6, p. 2 (MvA).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtspraak waarin een commissaris als beleidsbepaler aansprakelijk wordt gehouden voor het boedeltekort is schaars.1 Dat is echter niet verwonderlijk wanneer wordt bedacht dat de wetgever geen ruime toepassing van artikel 2:248 lid 7 BW heeft beoogd. Handelen binnen een wettelijke (of statutaire) bevoegdheid kan niet leiden tot een kwalificatie als beleidsbepaler. Dat geldt ten aanzien van een goedkeuringsbevoegdheid met betrekking tot bepaalde bestuursbesluiten, maar in het bijzonder ook voor de algemene beïnvloeding van en inmenging met het bestuursbeleid. Hierbij is relevant dat de opvattingen over hetgeen van een commissaris mag worden verwacht in de afgelopen jaren is veranderd. De voornaamste taken van een commissaris zijn toezicht houden op het bestuursbeleid en de algemene gang van zaken, alsmede het bestuur adviseren.2 De commissaris dient echter een steeds meer indringende en actieve houding dan voorheen aan te nemen. Ook wordt in het algemeen meer deskundigheid verwacht dan eerder het geval was.3 Onder omstandigheden is er zelfs sprake van een leidende rol op het gebied van strategie.4 Bovendien mag inmiddels als uitgangspunt worden aangenomen dat een commissaris zich actiever moet opstellen naarmate de vennootschap in (financiële) problemen dreigt te raken of daarin verkeert. Ondanks een zeer sterke invloed of aanzienlijke mate van sturing en advies op het bestuursbeleid, handelt een commissaris daarom mijns inziens al snel binnen de grenzen van zijn wettelijke bevoegdheid.5 Bij de uitoefening van zijn taken heeft de commissaris dan weliswaar (grote) invloed op het beleid, doch de bevoegdheid tot het uitoefenen van invloed kan niet leiden tot aansprakelijkheid.6 Een te actieve rol van de commissaris zal in het licht van het voorgaande naar mijn mening dan ook maar zelden tot aansprakelijkheid wegens het (mede) bepalen van beleid kunnen leiden. De hiervoor besproken casus betreft uitzonderingsgevallen, waarin sprake was van een zeer evidente rol als bestuurder.