Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.1.6
4.3.1.6 Verhouding tot het rechtskarakter
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499119:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 3.4.
Deze conclusie geldt mijns inziens ook voor art. 29 lid 1 Wet OB 1968 (tot 2017).
HvJ 18 juni 2009, nr. C-566/07, BNB 2009/291 (Stadeco), r.o. 36-38, verwijzend naar onder meer HvJ 13 december 1989, nr. C-342/87, BNB 1990/237 (Genius Holding) en HvJ 19 september 2000, nr. C-454/98, V-N 2000/47.16 (Schmeink & Cofreth & Strobel). Zie ook HvJ 31 januari 2013, nr. C-643/11, V-N 2013/11.19.10 (LVK).
Besluit nr. BLKB2014/704M van de staatssecretaris van Financiën van 6 december 2014 (Besluit administratieve verplichtingen), V-N 2015/7.16, laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. BLKB2017/7366 van 10 oktober 2017, V-N 2017/55.15, paragraaf 3.5.1. Zie ook Germann & Heijnen 2010.
Omdat art. 29 lid 1 Wet OB 1968 (vanaf 2017) woordelijk nagenoeg gelijk is aan art. 90 lid 1 Btw-richtlijn, sluit ik wat betreft de verhouding tussen art. 29 lid 1 Wet OB 1968 en het rechtskarakter van btw aan bij mijn bevindingen omtrent de kwaliteit van het Unierecht.1 Ik kom tot de conclusie dat art. 29 lid 1 Wet OB 1968 het rechtskarakter van de btw in ruime mate eerbiedigt.2 Spanning met het rechtskarakter doet zich echter wel voor met betrekking tot ‘art. 37-btw’. Door art. 29 Wet OB 1968 hierop niet van toepassing te achten, zal de ondernemer bij niet-betaling de verschuldigdheid van de ten onrechte gefactureerde btw als last blijven ervaren. Toch meen ik dat van strijdigheid met het rechtskarakter geen sprake is. Art. 37 Wet OB 1968 behelst in mijn optiek een separaat leerstuk binnen de btw, dat als zodanig in ogenschouw moet worden genomen. Ter waarborging van het neutraliteitsbeginsel heeft het HvJ binnen de grenzen van dit leerstuk bepaald dat het aan lidstaten staat om te voorzien in een (separate) herzieningsregeling voor ‘art. 37-btw’.3 Nederland heeft deze regeling opgenomen in onderdeel 3.5 van het Besluit administratieve verplichtingen.4 Het rechtskarakter wordt daardoor (buiten art. 29 Wet OB 1968 om) ruim voldoende geëerbiedigd.