Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.4.3
3.4.3 Utilisme — Rechtseconomie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395586:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ippel, P.C. en P.P. Rijpkema (2001), 'Recht in perspectief: Over de normatieve grondslagen van het recht', Den Haag: Boom Juridische Uitgevers, blz. 25.
Posner, R.A. (1979), 'Utilitarianism, economics and legal theory', 8 Journal of Legal Studies, blz. 103-140.
Vgl: Timmerman, L. (2005), `Gedragsrecht, belangenpluralisme en vereenvoudiging van het vennootschapsrecht: Wat moet dwingend blijven in het vennootschapsrecht van de toekomst?', Ondernemingsrecht 2005/1, blz. 2-8. Filosofen hebben de neiging om de economie te zien als een species van het utilisme. Economen zien het utilisme als een andere naam voor economie. Zie: R.A. Posner (1979), supra noot 36, blz. 103-140.
Posner, R.A. (1979), supra noot 36, blz. 103-140.
Vgl: Hol, A.M. (1993), supra noot 32, blz. 25-26.
In de literatuur is onder andere gesteld: The law is utilitarian. It exists for the realization of the reasonable needs of the community. If the interest of an individual runs counter to the chief object of the law, it must be sacrificed'; J.B. Ames (1908), `Law and Morals', 22 Harvard Law Review, blz. 97-113. Zie ook: A.M. Hol (1993), supra noot 32, blz. 32 en 15.
Volgens het utilisme kunnen alle bijzondere individuele belangen en doelen worden begrepen in termen van uiteindelijk slechts één algemeen doel: een gelukkig leven.1 De morele waarde van een actie (of van een praktijk, institutie, recht, etc.) dient binnen het utilisme dan ook beoordeeld te worden aan de hand van het effect hiervan op het vergroten van geluk (happiness) verspreid over alle participanten van de samenleving (welke een enkel land kan zijn, of de gehele wereld).2 Rechtseconomie houdt in dat recht beoordeeld dient te worden aan de hand van de mate waarin het welvaart bevordert. Het verschil tussen het utilisme en de rechtseconomie is de maximalisatie van geluksbehoeften van welke aard dan ook versus de maximalisatie van welvaart in economische termen.3 De morele kwaliteit van een handeling of rechtsregel wordt in de rechtseconomie dus gemeten aan de hand van de bijdrage daarvan aan de maatschappelijke welvaart. Bijdragen aan welvaart houdt in dat een transactie of een andere verandering in het gebruik of eigendom van bronnen goed is indien dit de welvaart van de samenleving verhoogt. De welvaart van de samenleving is de waarde uitgedrukt in geld van alles dat zich in de samenleving bevindt.4 Om maximale welvaart te bereiken, worden ongelijksoortige belangen vertaald in economische termen zodat hun gewicht kan worden bepaald en een kosten-baten analyse kan worden gemaakt.5 Zo kunnen ontastbare goederen of zaken, zoals vrije tijd en het plezier uit kunst en literatuur volgens de rechtseconomie net als tastbare goederen in economische termen worden uitgedrukt, door de prijs die men bereid is te betalen om deze ontastbare goederen te 'genieten'. Het relatieve gewicht van de belangen bepaalt uiteindelijk welk belang bescherming verdient.
In het utilisme valt bij de vormgeving van het recht het morele aspect samen met het instrumentele aspect. Hierdoor wordt een subjectief recht een functie van maatschappelijke belangen en kunnen bepaalde belangen voor het algemene belang worden opgeofferd.6 Het eigen belang kan derhalve aan de kant worden gezet voor de bescherming van de belangen van anderen. Voor het aansprakelijkheidsrecht binnen vennootschappen betekent dit dat de aansprakelijkheid van de vennootschap, haar bestuurders en aandeelhouders zodanig moet worden ingericht dat het de welvaart maximaliseert, ongeacht of dit betekent dat de belangen van bepaalde partijen, bijvoorbeeld bepaalde schuldeisers, opgeofferd moeten worden. Binnen het kantianisme levert dit problemen op omdat de inhoud van het aansprakelijkheidsrecht niet beoordeeld moet worden aan de hand van de gevolgen daarvan, de doelmatigheid, maar aan de hand van de (zelfstandige) rechtvaardigheid.