Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.2.2
5.2.2 Feitelijk leidinggevenden
mr. drs. J.E. de Klerk , datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193529:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Palm-Steyerberg (2017) en Palm-Steyerberg (2018).
Art. 18 aanhef en onder g, art. 42, lid 1 en art. 59, lid 1 aanhef en onder a Richtlijn 2009/138/EG, art. 8 lid 1 onder c AIFM-Richtlijn, art. 27, lid 1 en 2 Verordening (EU) 648/21012, art. 23 en 91 CRD IV, art. 9 lid 4 MiFID II, art. 27 Verordening (EU) 909/2014, art. 5 lid 1 onder m en n Richtlijn 2015/2366/EU en art. 22 lid 1 Richtlijn (EU) 2016/2341.
Palm-Steyerberg (2017), p. 2.1.
Beleidsregel geschiktheid 2012, laatst aangepast in 2017 (Staatscourant 2017, 73477).
Art. 4:9 lid 7 en Regeling eed of belofte financiële sector 2015 (Staatscourant 24 december 2014).
Art. 4:10 lid 1 Wft en art. 12-16 Bgfo.
Grundmann-van de Krol (2016), p. 191/192.
Sectie 4.1.2. en 4.1.3. CSSF circular 18/698.
Sectie 4.1.2. en 4.1.3. CSSF circular 18/698.
Sectie 4.1.1. CSSF circular 18/698.
Art. 17 lid 1 sub c EC Regulations 2011, art. 100 CB UCITS Regulations 2015 jo, Central bank reform act 2010, part 3, Central Bank Reform Act 2010 (Section 20 and 22) Regulations 2011 (as amended), Central Bank Guidance on Fitness and Probity Standards 2018.
Central bank reform act 2010, part 3, Central Bank Reform Act 2010 (Section 20 and 22) Regulations 2011 (as amended).
Central Bank Guidance on Fitness and Probity Standards 2018.
Central Bank Guidance on Fitness and Probity Standards 2018, hoofdstuk 9.
Central Bank, regulatory guidance, Directors of UCITS Management Companies and UCITS Investment Companies, Latest revision: 5 October 2015. https://www.centralbank.ie/docs/default-source/regulation/how-we-regulate/authorisation/fitness-probity/guidance-on-fitness-and-probity-standards.pdf?sfvrsn=8
Personen die de beheerder feitelijk leiden, moeten als voldoende betrouwbaar bekendstaan en voldoende ervaring hebben, ook met betrekking tot het type icbe dat zij beheren.1 Deze personen worden ook wel aangeduid als ‘de hoogste leiding’ of ‘de feitelijk leidinggevenden’. Dit dienen ten minste twee personen te zijn.2 Deze vereisten zijn noch in de Richtlijn noch door ESMA nader uitgewerkt. Dit laat de nodige variatie toe in nationale implementatie.3 De meeste Europese Richtlijnen en Verordeningen voor de financiële sector kennen bepalingen hieromtrent.4 Opvallend is dat al deze regelingen afwijkende bepalingen kennen ten aanzien van toepassingsgebied en beoordelingscriteria.5 In de Icbe-Richtlijn is gekozen voor een beperkte toets. Zo zitten de toezichtfunctie, sleutelpositiehouders en het tweede echelon niet in de scope van deze toets.6 Ook zijn geen eisen gesteld aan het collectief maar alleen aan de individuele bestuurders en beperken de beoordelingscriteria zich tot betrouwbaarheid en ervaring en zijn kennis en vaardigheden niet opgenomen in de Richtlijn. Hiermee wijkt de Richtlijn af van bijvoorbeeld de eisen voor beleggingsondernemingen en abi-beheerders.7
Elke vervanging van een feitelijk leidinggevende moet direct worden gemeld aan de bevoegde toezichthouder.8 Er zijn ook een aantal verplichtingen opgenomen in de icbe-regelgeving over wat de verantwoordelijkheid van de leidinggevenden is. Hierop wordt in paragraaf 5.4.2 nader ingegaan.
In alle drie de lidstaten zijn de vereisten die aan de leidinggevenden worden gesteld verder uitgewerkt. In Nederland zijn de vereisten voor verschillende financiële ondernemingen op dezelfde wijze opgenomen in de Wft.9 De dagelijksbeleidsbepalers en de leden van de toezichtfunctie dienen geschikt te zijn ín verband met de uitoefening van het bedrijf van financiële onderneming.10 In de Beleidsregel geschiktheid 2012 hebben de AFM en DNB aangegeven hoe zij omgaan met de toetsing van geschiktheid.11 Ook dienen de betreffende personen binnen drie maanden na aanvang van hun werkzaamheden een eed of belofte af te leggen in het kader van de geschiktheid.12 De betrouwbaarheid van de (mede)beleidsbepalers en leden van de toezichtfunctie dient boven alle twijfel verheven te zijn.13 De scope van personen die aan het betrouwbaarheidsvereiste moet voldoen, kan zodoende afwijken van de groep personen die aan het geschiktheidsvereiste moet voldoen.14 De betrouwbaarheid van een persoon is boven alle twijfel verheven als dit is vastgesteld door de AFM of DNB en geldt totdat er een redelijke aanleiding is om over te gaan tot hertoetsing.15
In Luxemburg zijn specifieke vereisten opgesteld voor de bestuurders van beheerders van zowel abi’s als icbe’s.16 Minimale kennis, een minimale tijdsinvestering en vereisten voor het collectief zijn toegevoegd aan de vereisten van de Richtlijn.17 In afwijking van de Richtlijn dient een bestuur uit minimaal drie personen te bestaan.18 Ook in Ierland zijn de vereisten verder uitgewerkt.19 Ierland kent een fitness en probity regime voor financiële instellingen sinds 2012.20 Dit regime is van toepassing op een grote verscheidenheid aan financiële instellingen. Het toepassingsgebied van deze vereisten is ruimer dan voorgeschreven in de Icbe-Richtlijn. Bestuurders, de toezichtfunctie en het senior management vallen onder het regime. Het bevat zowel doorlopende vereisten als, voor sommige functies, een voorafgaande goedkeuringsverplichting.21 Hiertoe dienen de relevante personen een individual questionnaire (IQ) in te vullen, soms aangevuld met een interview.22 De vereisten zien ook toe op vaardigheid en beschikbare tijd. In Ierland zijn ook aanvullende eisen opgenomen voor leidinggevenden die ontslag nemen als bestuurder van een beheerder.23 De toezichthouder verwacht vooraf op de hoogte gesteld te worden van een ontslagname zodat tijdig een oplossing kan worden voorbereid.
Opvallend is dat alle drie de lidstaten uitgebreidere eisen hanteren dan de Richtlijn vereist. Kennelijk achten de lidstaten de Richtlijn op dit gebied niet veeleisend genoeg.