Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.4.4
7.4.4 Arbeitsunfähige Arbeitnehmer of (Schwer)behinderte?
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581601:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast moet de woon- of verblijfplaats of plaats van de werkzaamheden in Duitsland zijn.
§ 69 lid 1 SGB IX, ErfK/Rolfs, p.2518-2519. De werknemer heeft volgens het BSG zelf het recht aan te duiden welke beperkingenmeewegen bij de bepaling van een percentage en welke niet. Het is dus geen algemene alles of niets-beoordeling, maar ter vrije invulling in de aanvraag door de werknemer, R. Minninger, W. Hinterholz en B. Westermann, Rechte behinderter Menschen. Der Ratgeber für Betroffene, Angehörige und Interessenvertretungen, Bund-verlag: Frankfurt am Main 2007, p.50.
Minninger, p.51
§ 30 lid 1 Bundesversorgungsgesetz (BVG).
S. Fiebig, Commentaar bij § 85-92 SGB IX, in: S. Fiebig e.a., Kündigungschutzrecht. Handkommentar, Nomos: Baden-Baden 2012, p.1649-1650 (Hako/Fiebig), D. Neumann in: D. Neumann, R. Pahlen en M. Majerski-Pahlen, Sozialgesetzbuch IX - Rehabilitation und Teilhabe behinderter Menschen. Kommentar, Beck: München 2010, p.22-23 (Neumann/Neumann).
BAG 16 februari 2012, AP § 85 SGB IX, Nr.9. Antwoordt de werknemer niet naar waarheid, dan kan hij zich in een ontslagprocedure niet meer beroepen op de bijzondere bescherming van de Schwerbehinderte.
§ 2 lid 3 SGB IX.
§ 68 lid 2 SGB IX. Een werkgever kan geen bezwaar maken tegen een beslissing op Zo’n werknemers-aanvraag (BSG 22 oktober 1986, AP SchwbG § 3 nr.1, BSG 19 december 2001, AP SchwbG 1986 § 2 nr. 1). De werkgever kan evenmin zelf een aanvraag doen om vast te laten stellen of een werknemer Schwerbehinderte of gelijkgestelde is of niet.
BVerwG 17 mei 1973, E 42, 189, 195.
Minninger, p.56-57.
Het verschil met Schwerbehinderten is gelegen in het ontbreken van recht op vijf extra vakantiedagen van § 125 SGB IX en van vervoersvoorzieningen § 145 e.v SGB IX.
§ 33c SGB I.
§ 84 lid 2 SGB IX en BAG 12 juli 2007, 2 AZR 716/06 weerspreken dat deels weer, door duidelijk te maken dat re-integratiemanagement bij alle werknemers moet worden ingezet na zes weken onafgebroken of samengesteld ziekteverzuim.
De Duitse wetgever heeft de Rehabilitation vooral voor ‘Behinderte’en ‘Schwerbehinderte’ (of daarmee gelijk te stellen personen) geregeld. SGB IX is bijvoorbeeld grotendeels voor hen bedoeld. De begrippen arbeidsongeschikte werknemer en gehandicapte zijn echter niet gelijk. Niet elke arbeidsongeschikte werknemer is immers een gehandicapte, niet elke gehandicapte is een arbeidsongeschikte werknemer. Het is noodzakelijk om te onderzoeken in welke mate deze begrippen een overlap kennen, omdat daarmee duidelijk wordt hoe relevant regelgeving voor de probleemstelling is, als die is gericht op (Schwer)behinderten.
§ 2 SGB IX kent vier categorieën mensen met beperkingen. De wet is niet beperkt tot werknemers, maar heeft een breder bereik. De categorieën:
1)
‘Behinderte’: daarvan is sprake als de lichamelijke functie, geestelijke capaciteit of psychische gezondheid met hoge waarschijnlijkheid langer dan zes maanden afwijkt van de normale, bij de leeftijd behorende toestand en daardoor de deelname aan het maatschappelijk leven is belemmerd. Niet noodzakelijk is dat de afwijkende toestand zes maanden duurt; voldoende is dat kan worden aangenomen dat die termijn zal worden overschreden.1 Ik neem daarbij aan dat het belemmeren om te werken wordt gezien als een belemmering om aan het maatschappelijk leven deel te nemen.
2)
personen met een dreigende Behinderung: als in bovengenoemde situatie de belemmering van deelname aan het maatschappelijke leven zich nog niet voordoet maar wel te verwachten is, wordt gesproken van personen met een dreigende Behinderung.
3)
‘Schwerbehinderte’: onder een Schwerbehinderte wordt verstaan een Behinderte bij wie een ‘Grad der Behinderung’ van ten minste 50% bestaat.2 Het percentage wordt door het Versorgungsamt vastgesteld na een aanvraag van de werknemer.3 Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre de werknemer door de algemeen bekende gevolgen van zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen in alle onderdelen van het leven wordt beperkt. De mate van beperking wordt dus niet bepaald aan de hand van de uitgeoefende arbeid of de capaciteiten op de arbeidsplaats. Andersom is het oordeel dat een werknemer arbeidsongeschikt is niet voldoende om aan te nemen dat hij Schwerbehinderte is.4 Ten slotte is niet noodzakelijk dat een werknemer er door zijn mate van beperking in inkomen op achter uit gaat. De beperkingen moeten wel ten minste zes maanden bestaan en moeten afwijken van de normale, bij de leeftijd behorende toestand.5
Iemand is overigens Schwerbehinderte uit kracht van de wet: de vaststelling van een percentage is geen constitutief vereiste maar heeft alleen een declaratoir karakter. Dat kan betekenen dat een werkgever noch een werknemer er weet van hebben dat er formeel sprake is van een Schwerbehinderte-status.6 De werkgever mag na zes maanden dienstverband aan de werknemer vragen of hij Schwerbehinderte is dan wel of hij een aanvraag voor die status heeft gedaan.7
4)
Gelijkgestelde: de met een Schwerbehinderte gelijkgestelde is een Behinderte met een Grad der Behinderung van 30 tot 50%, die vanwege zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen zonder de gelijkstelling geen passende arbeidsplaats kan krijgen of behouden.8
De gelijkstelling moet worden aangevraagd en wordt toegekend door de Bundesagentur für Arbeit.9 De aard en zwaarte van de beperkingen bepalen de beoordeling van het kunnen krijgen of behouden van een passende arbeidsplaats. Het is geen voorwaarde dat een concrete arbeidsplaats wordt aangeboden: voldoende is de verbetering van de arbeidsmarktpositie ter mogelijke verkrijging van werk. Voldoende is verder dat het behoud door de gelijkstelling zekerder kan worden gemaakt; absolute zekerheid is niet nodig.10 Een voorbeeld is een gehandicapte werknemer die in vergelijking met zijn niet-gehandicapte collega’s niet meer ‘mee kan’. Gelijkstelling kan zijn ongunstige positie verbeteren en daarmee het behoud van zijn arbeidsplaats zekerder kan maken.11 De bedrijfsarts kan worden betrokken bij de aanvraag bij het Bundesagentur, als het de vraag betreft of een verslechtering van de beperkingen is te verwachten. Ook de werkgever mag relevante omstandigheden aanvoeren in de aanvraagprocedure. 12 Als de gelijkstelling wordt toegekend, betekent het dat de maatregelen ter bescherming van Schwerbehinderten, zoals re-integratie-instrumenten en ontslagbescherming van toepassing worden.13 Ook telt de gelijkgestelde mee voor het verplichte quotum van Schwerbehinderten.
Bij de verschillende categorieën horen andere rechten en verplichtingen rond re-integratie op het werk of in de samenleving. Bovendien worden zij beschermd door een benadelingsverbod.14 De relevantie van het (Schwer)behindertenrecht voor mijn onderzoek blijkt uit het volgende:
Een eerste aandachtspunt is dat het SGB IX pas in beeld komt bij Behinderten. Dat veronderstelt een verwachte ziekteduur van langer dan zes maanden. Rehabilitation lijkt zich dus in Duitsland niet zozeer op kort of veelvuldig ziekteverzuim te richten, maar op te verwachten langdurige arbeidsongeschiktheid wegens ziekte van een werknemer.15
Het criterium bij Behinderten is verder dat er belemmeringen moeten bestaan; niet is gegeven hoe groot die belemmeringen op de arbeidsplaats moeten zijn om een zieke werknemer als Behinderte aan te merken. In elk geval moet minimaal een mate van beperking in het algemene maatschappelijke leven van 30% bestaan.
De combinatie van minimaal zes maanden arbeidsongeschiktheid en belemmeringen van betekenis leidt ertoe dat het begrip ‘Behinderte’ méér mensen omvat dan die in het spraakgebruik als een gehandicapte worden gezien. Veel langdurig arbeidsongeschikte werknemers zullen voldoen aan het ‘Behinderte’-begrip.
De wet is ook van toepassing op werknemers bij wie langdurige uitval dreigt. Bij deze groep staat preventie van daadwerkelijk uitval voorop. Deze categorie past niet in het kader van mijn onderzoek: zij zijn nog niet arbeidsongeschikt wegens ziekte.
Bij Schwerbehinderten bestaat de overeenkomstige eis dat hun situatie ten minste zes maanden duurt en dat er belemmeringen van betekenis in het algemeen maatschappelijk leven bestaan, zij het ten minste 50%. Voor een groep arbeidsongeschikte werknemers zal dit overeenstemmen met hun situatie.
Dit geldt te meer voor de groep gelijkgestelden, waarvoor de zes maanden termijn net zo goed van toepassing is. Bij hen wordt bij beperkingen van ten minste 30% gelijktijdig geoordeeld dat behoud van hun baan door die beperkingen in de knel kan komen. Ook deze situatie zal zich geregeld voor doen bij langdurig zieke werknemers.
Omdat de werkingssfeer van het (Schwer)behindertenrecht dus ruimer is dan op het eerste gezicht lijkt, moet het ook in de beoordeling van re-integratie van zieke werknemers worden meegenomen. In § 8.8.2 bespreek ik de specifieke maatregelen die zijn gesteld voor (Schwer)behinderten.