Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.4.2
7.4.2 Werknemersbegrip
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580413:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
ErfK/Preis p.1376-1378, Hanau/Adoweit, p.24-25.
In § 631 BGB wordt het Werkvertrag geregeld, vergelijkbaar met het Nederlandse aanneming van werk (art. 7:750 e.v. BW).
Dat het ene Dienstverhältnis het andere uitsluit volgt bijvoorbeeld uit § 621 BGB ‘Bei einem Dienstverhältnis, das kein Arbeitsverhältnis ist…’
Zowel arbeidsrechtelijk als sociaalverzekeringsrechtelijk, HWK/Thüsing p.1403-1404.
Hanau/Adomeit, p.148-149, BVerfG 30 mei 1990, 82, 128 = EzA § 622 BGB Nr. 27 (ID:3K82243).
ErfK/Preis, p.1383.
BAG 15 december 1999, AP HGB § 92 Nr.5.
Het afwijkende werknemersbegrip in de belastingwetgeving (§1 Lohnsteuer-Durchführungsverordnung) wordt niet besproken.
HWK/Thüsing p.1377-1378, ErfK/Preis p.1383, Jacobs p.50. Het vroegere onderscheid tussen Arbeiter en Angestellter is nagenoeg verdwenen, Hanau/Adomeit, p.148-149.
Jacobs, p.50, Hanau/Adomeit, p.142-144. Met een familielid kán overigens wel een Arbeitsverhältnis bestaan.
ErfK/Preis, p.1377, HWK/Thüsing p.1381. Thüsing stelt dat de plicht om te werken de werknemer van de aannemer vanwerk onderscheidt, die alleen gebonden is aan het leveren van een resultaat van zijn werk.
Hanau/Adomeit, p.45, voor toepassingsbereik: § 6 lid 2 GewO.
BAG 24 april 1996, AP BGB § 611 Direktionsrecht Nr. 48, HWK/Lembke, p.2105-2106 onder verwijzing naar § 315 lid 1 BGB. BAG 21 juli 2009, EzA TVG § 4 Luftfahrt Nr. 18 somt uitgebreid op welke elementen meewegen bij de billijkheid (‘billiger Ermessen’).
Voor overzicht en duiding van de omstandigheden zie ErfK/Preis, p.1389-1392 en HWK/Thüsing, p.1382-1386.
BAG 30 november 1994, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 74.
BAG 13 januari 1983, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 42.
Bijv. BAG 19 januari 1997, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 91.
BAG 9 maart 1971, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 21.
Bijv. BAG 13 augustus 1980, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 37.
BAG 13 maart 2008, NZA 2008, 878.
BAG 15 maart 1978, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 26.
HWK/Lembke, p.2090.
BVerfG 20 mei 1996, AP BGB § 611 Abhängigkeit Nr. 82, ErfK/Preis, p.1387.
ErfK/Preis, p.1389.
§105 GewO.
Hanau/Adomeit, p.137-138, ErfK/Preis, p.1378 en 1386.
Zie bijvoorbeeld § 5 lid 1 SGB V.
Uitgebreider over de sociaalzekerheidsrechtelijke verzekeringsvoorwaarden: Muckel/Ogorek, p.60-77.
§ 6 lid 1 SGB V.
Het Duitse arbeidsrecht kent geen wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst of van het begrip werknemer. Het arbeidsrecht is onderdeel van het burgerlijk recht en in § 611 van het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) is wel het koepelbegrip Dienstvertrag geregeld.1 Door een Dienstvertrag verplicht de ene partij zich tot het verrichten van diensten en de andere partij tot betaling van de daarvoor afgesproken vergoeding. Onder Dienstvertrag vallen zowel het unabhängige als het persönlich abhängige verrichten van diensten.2 Het unabhängige werken wordt wel een ‘freier Dienstvertrag’ genoemd. Dat kan allerlei vormen aannemen en laat zich vergelijken met de Nederlandse opdrachtovereenkomst (artikel 7:400 e.v. BW). Het persönlich abhängige werken gebeurt op basis van een Arbeitsverhältnis.3
In het Duitse arbeidsrecht lijkt niet zo zeer het begrip arbeidsovereenkomst relevant maar meer het begrip werknemer. Tot 1990 werd in verschillende wetten4 onderscheid gemaakt tussen Arbeiter en Angestellten, met verschillende rechten en plichten. Het BVerfG vond in dat jaar dat dit onderscheid tussen ‘blauwe’ en ‘witte boorden’ zonder verdere rechtvaardiging in strijd kwam met het gelijkheidsbeginsel uit het GG. Arbeiter en Angestellten moesten gelijk worden behandeld tenzij voor ongelijke behandeling een ‘sachlicher Grund’ bestond.5 Tegenwoordig heeft het onderscheid daarom nauwelijks nog betekenis en wordt het begrip Arbeitnehmer gebruikt. De werknemer wordt onderscheiden van de zelfstandige via de tegenstelling afhankelijk en niet-afhankelijk. De vaststelling van afhankelijkheid is wezenlijk omdat die iemand tot werknemer maakt en daarmee toegang geeft tot arbeidsrechtelijke bescherming.6
Óf abhängig wordt gewerkt, wordt via de omweg van de zelfstandigheidsdefinitie bepaald. In § 84 Handelsgesetzbuch (HGB) is opgenomen dat ‘selbständig ist, wer im wesentlichen frei seine Tätigkeit gestalten und seine Arbeitszeit bestimmen kann.’ A contrario is er sprake van afhankelijkheid en dus werknemerschap bij degene die niet wezenlijk vrij is zijn werk vorm te geven en zijn arbeidstijd te bepalen.7 Ook in het socialeverzekeringsrecht wordt hierbij aangehaakt. In § 7 SGB IV omschrijft de dienstbetrekking als: ‘Beschäftigung ist die nichtselbständige Arbeit, insbesondere in einem Arbeitsverhältnis. Ahhaltspunkte für eine Beschäftigung sind eine Tätigkeit nach Weisungen und eine Eingliederung in die Arbeitsorganisation des Weisungsgebers.’8
De literatuur gebruikt vaak als definitie van werknemer: ‘wer auf Grund eines privatrechtlichen Vertrags zur Arbeit im Dienste eines anderen verpflichtet ist.’9 De definitie stamt uit 1928. Belangrijke elementen zijn de privaatrechtelijke overeenkomst, het verrichten van arbeid en daartoe verplicht zijn, in dienst van een ander. De privaatrechtelijke overeenkomst is nodig om de werknemer te onderscheiden van onder meer de arbeidsverhoudingen krachtens publiek recht (ambtenaren, militairen, rechters), meewerkende familieleden of personen die niet vrijwillig werken (bijvoorbeeld gevangenen of asielzoekers).10 De Arbeitsverhältnis is verder een wederkerige overeenkomst waarin de uitruil van arbeid tegen loon centraal staat. De plicht om arbeid te verrichten is noodzakelijk om van werknemerschap te kunnen spreken.11 In het verplicht zijn om in dienst van een ander te werken komen de gedachten rond afhankelijkheid (‘Abhängigkeit’) en gezagsverhouding (‘Weisungsrecht’) terug. In § 106 Gewerbeordnung (GewO) is het gezagsrecht van de werkgever vastgelegd. De wet stamt uit 1869 en was eerst alleen van kracht voor fabrieksarbeiders en ‘technische Angestellte’. Inmiddels is de wet op alle werknemers van toepassing.12 De uitoefening van het gezagsrecht mag alleen naar billijkheid gebeuren, dus rekening houdend met alle omstandigheden van het geval en na belangenafweging.13
Net als in Nederland bij de arbeidsovereenkomst is vervolgens de concrete invulling van het werknemersbegrip zeer casuïstisch. Van belang zijn geacht:14
de mate van gezagsuitoefening;15
de gebondenheid aan een plaats van werken (örtliche Weisungsgebundenheit);16
de gebondenheid aan de door de ‘werkgever’ bepaalde duur en tijdsbestek van werken (zeitliche Weisungsgebundenheit);17
de gebondenheid aan inhoudelijke opdrachten (fachliche Weisungsgebundenheit);18
de mate waarin hij deel uitmaakt van de organisatie van de ‘werkgever’ (Eingliederung);19
de plicht de arbeid persoonlijk te verrichten;20
de gebondenheid aan het plan en de doelen van de ‘werkgever’ (Fremdnützigkeit).21
Naar aanleiding van al die elementen en de rechtspraak van het BAG wordt een completere moderne definitie van werknemer gegeven door Lembke: ‘
‘wer auf grund eines Dienstvertrages nach §§611 ff. BGB für einen anderen persönlich abhängige, fremdbestimmte Arbeit leistet, wobei sich die persönliche Abhängigkeit -in Abgrenzung zum selbständigen Dienstleister- aus dem Unterworfensein unter Weisungen hinsichtlich Inhalt, Ort und Zeit der Arbeitsleistung ergibt’.22
Volgens de rechtspraak bepalen uiteindelijk alle omstandigheden van het geval of voldaan wordt aan het werknemersbegrip.23 Daarbij kan ook een rol zijn weggelegd voor de wil van partijen.24 De contractsvrijheid25 geeft partijen de vrijheid hun arbeidsverhouding in te richten zoals zij dat willen, als een freier Dienstvertrag of als een Arbeitsverhältnis. Daarbij gaat het wezen van de overeenkomst wel voor de schijn. Blijkt in de uitvoering dat er geen sprake is van zelfstandigheid maar van afhankelijkheid dan is niet doorslaggevend wat partijen op papier hebben gezet. Er kan dan in de praktijk zijn voldaan aan het werknemersbegrip waardoor de arbeidsrechtelijke regels gaan gelden.26
Om sociaalverzekeringsrechtelijk verzekerd te zijn en aanspraken te kunnen doen gelden, moet een zogeheten ‘Beschäftigungsverhältnis’ bestaan.27 Dit begrip loopt grotendeels gelijk met dat van de arbeidsovereenkomst maar kent wel belangrijke afwijkingen. Een werknemer is bijvoorbeeld niet verplicht verzekerd voor Krankenversicherung als hij alleen maar een arbeidsovereenkomst heeft. Die verzekering gaat pas in zodra hij daadwerkelijk arbeid verricht en alleen als hij loon ontvangt.28 Aan de andere kant is een beperking opgenomen voor werknemers boven een bepaalde inkomensgrens: zij zijn niet verplicht verzekerd voor de Krankenversicherung.29 Het werknemersbegrip in de sociale zekerheid wijkt dus af.