De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.4.3.4.a:VII.4.3.4.a Inleiding
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.4.3.4.a
VII.4.3.4.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242888:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken II 2006/07, 31 058, 3, p. 32 (MvT).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:216 lid 3 BW bevat een correctiemiddel om onbillijke uitkomsten tegen te gaan. Omdat het disculpatieregime van art. 2:216 lid 3 BW aansluit bij het regime van art. 2:9 lid 2 BW, verwijs ik voor een uitgebreide bespreking van de vereisten voor een succesvolle disculpatie naar § VII.3.2.5.1 In deze subparagraaf sta ik enkel stil bij vragen die de disculpatiemogelijkheid van het derde lid van art. 2:216 BW oproept.
Art. 2:216 lid 3 BW bepaalt dat een bestuurder niet aansprakelijk is voor ongeoorloofde uitkeringen aan aandeelhouders, indien het niet aan hem te wijten is dat de uitkering is gedaan en hij evenmin nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van de uitkering af te wenden. Deze disculpatiemogelijkheid valt uiteen in een tweetal elementen.