Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.9.2
5.9.2 De (on)mogelijkheid tot terugtrekking na de prijsvaststelling van aandelen
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS436987:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 195 lid 5 derde volzin luidt: 'De aanbieder blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken, mits dit geschiedt binnen een maand nadat hem bekend is aan welke gegadigden hij al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft kan verkopen en tegen welke prijs. ' Hoewel met de invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht deze tekst mogelijk uit de wet wordt geschrapt bestaat ook dan nog steeds de mogelijkheid een dergelijke regeling statutair of contractueel van toepassing te verklaren.
Zie art. 201a.
De uittreedregeling zoals in de wet neergelegd geeft geen mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen de vaststelling van de prijs die de uittredende aandeelhouder voor zijn aandelen krijgt. Ook biedt de regeling geen ruimte aan de uittredende minderheidsaandeelhouder zich na de prijsvaststelling terug te trekken. Een minderheidsaandeelhouder die enige vrees heeft voor de toekomst als aandeelhouder in een buitenlandse vennootschap kan dus nog wel eens bedrogen uitkomen als later blijkt dat de prijs die hij voor zijn aandelen denkt te krijgen tegenvalt.
Prijsvaststellingen komen binnen het vennootschapsrecht vaker voor.
Soms heeft de aandeelhouder na vaststelling van de prijs voor de potentieel door hem over te dragen aandelen wél de mogelijkheid om van een voorgenomen overdracht af te zien.
Een voorbeeld daarvan is met zoveel woorden opgenomen in artikel 195 dat de regeling met betrekking tot de blokkeringsregeling behelst. Expliciet is opgenomen dat een aanbieder van aandelen bevoegd is zijn aanbod in te trekken binnen een maand nadat hem (onder meer) bekend is geworden wat de prijs voor zijn aandelen zal zijn.1
Een voorbeeld van de situatie waarin een aandeelhouder na vaststelling van de prijs voor de door hem over te dragen aandelen de mogelijkheid zich terug te trekken niet heeft is de uitkoopregeling.2
Dat er in de fusieregeling geen terugtrekkende bewegingen kunnen worden gemaakt juich ik toe. Dit dient de zekerheid in het fusieproces en voorkomt dat een aandeelhouder de regeling aangrijpt als een mogelijkheid tot cashen als de prijs hem bevalt. Een minderheidsaandeelhouder die bij de fusie wil uittreden, dient zich eenvoudigweg bewust te zijn dat een door deskundigen te bepalen prijs niet per definitie de prijs hoeft te zijn die hijzelf in gedachten heeft. De deskundigen zullen objectief te werk gaan. Daarin ligt de bescherming van de minderheidsaandeelhouder besloten. In die benadering past ook dat een aandeelhouder geen verzoek kan doen onder de voorwaarde dat hij minimaal bedrag X voor zijn aandelen zal krijgen. De kern is dat hij beschermd wordt tegen een door hem ongewenste grensoverschrijdende fusie. Het verlies van zijn aandelen dat daarvan de consequentie is moet gevolgd worden door een schadeloosstelling. Uiteindelijk dient de schade objectief te kunnen worden vastgesteld. Het systeem voorziet daarin.