Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1056
Feitelijk leiding geven aan het door rechtspersoon begaan van medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr) en feitelijk leiding geven aan het door rechtspersoon begaan van medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis lid 1 sub b Sr) door aan bank bij financieringsaanvragen onjuiste financiële gegevens aan te leveren en kenbaar te maken dat overeenkomst met klant is gesloten terwijl daarvan in werkelijkheid geen sprake is. 1. Bewijsklacht oplichting t.a.v. opzet van feitelijk leidinggever. 2. Bewijsklacht oplichting t.a.v. bewegen tot. Is bank bewogen tot afgifte van geldleningen en geldbedragen? 3. Voorwaardelijke bewijsklacht witwassen. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 23-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1371
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/01221
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1371, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:774, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑07‑2025
Essentie
Feitelijk leiding geven aan het door rechtspersoon begaan van medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr) en feitelijk leiding geven aan het door rechtspersoon begaan van medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis lid 1 sub b Sr) door aan bank bij financieringsaanvragen onjuiste financiële gegevens aan te leveren en kenbaar te maken dat overeenkomst met klant is gesloten terwijl daarvan in werkelijkheid geen sprake is. 1. Bewijsklacht oplichting t.a.v. opzet van feitelijk leidinggever. 2. Bewijsklacht oplichting t.a.v. bewegen tot. Is bank bewogen tot afgifte van geldleningen en geldbedragen? 3. Voorwaardelijke bewijsklacht witwassen. HR: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.