De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/9.4:9.4 Conclusie
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/9.4
9.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174190:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vroeger werden rijksbelastingzaken in eerste aanleg door het gerechtshof behandeld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De cijfers over de aandelen meervoudige afdoening tonen zowel grote verschillen tussen de rechtsgebieden als tussen de rechtbanken onderling. De afgelopen jaren is zo’n 7 procent van de handelszaken meervoudig behandeld. Voor familiezaken en strafzaken schommelen deze percentages vrij constant rond de 2 respectievelijk 15. Bestuurszaken zijn opgesplitst in bestuur algemeen, vreemdelingen en rijksbelastingen, waarvan de aandelen meervoudige behandeling circa 10, 3 respectievelijk 29 procent zijn. Deze resultaten betekenen dat de streefwaarden voor meervoudige behandeling in straf-, bestuurs- en rijksbelastingzaken zijn gehaald. Familiezaken daarentegen zitten structureel onder de norm van 5 procent. Dat geldt in mindere mate voor handelszaken en vreemdelingenzaken, waarvan 10 en 5 procent meervoudig zou moeten worden afgedaan. Verklaringen voor de verschillen tussen de rechtsgebieden worden in de literatuur weinig gegeven, maar laten zich in sommige gevallen raden. Rijksbelastingzaken zijn in de regel vrij gecompliceerd en worden van oudsher relatief vaak meervoudig behandeld.1 Dat het aandeel meervoudige behandeling van handelszaken niet hoger ligt, is mede toe te schrijven aan het feit dat de kantonrechter de meeste handelszaken behandelt. De aard van familiezaken maakt het wellicht begrijpelijk dat daarin bijna altijd een unusrechter over oordeelt.
In zaken die voor een meervoudige kamer van de rechtbank zijn behandeld, wordt vaker hoger beroep ingesteld dan in zaken die een alleensprekende rechter heeft afgedaan. Waarschijnlijk laat zich dat verklaren door het grotere belang en de grotere complexiteit van in eerste aanleg meervoudig behandelde zaken. Eenmaal in hoger beroep zien we dat circa negen van de tien zaken in de afdelingen straf en belasting door de gerechtshoven meervoudig worden behandeld. In civiele zaken is dat percentage waarschijnlijk nog hoger, maar daarvan zijn geen cijfers gepubliceerd. Hiermee halen de hoven met gemak de streefwaarden voor meervoudige rechtspraak.
De meervoudige dan wel enkelvoudige afdoening van een zaak heeft aanzienlijke gevolgen voor de financiering. Sinds 2005 wordt de rechtspraak geheel bekostigd op basis van productie. Gerechten krijgen daardoor betaald per uitgebrachte uitspraak of tot stand gekomen schikking. Omdat het ene geding het andere niet is, worden zaken onderscheiden naar het soort gerecht dat de zaak behandelt, naar rechtsgebied, naar ‘aard’ van de zaak, naar de verwachte behandelduur én naar wijze van afdoening: meervoudig dan wel enkelvoudig. Meervoudige zaken kosten naar verhouding veel en leiden daardoor tot een hogere uitkering. Voor meervoudige en enkelvoudige behandeling van vreemdelingenzaken worden de rechtbanken echter in gelijke mate gecompenseerd. Dat maakt het voor rechtbanken financieel niet aantrekkelijk om vreemdelingenzaken aan een kamer van drie rechters voor te leggen.
Financiële prikkels kunnen de beslissing om een zaak aan een meervoudige dan wel enkelvoudige kamer toe te wijzen sturen. De ethische standaarden en professionaliteit van rechters zullen hen meestal van dergelijke sturing weerhouden, maar uit dit en ander onderzoek komen signalen dat dat niet altijd zo is. De kans daarop wordt vergroot doordat gerechten een beperkte ruimte hebben om meer inkomsten te genereren. Meervoudige behandeling, althans van de meeste zaken, is een van de weinige middelen daartoe. Gerechten en rechters moeten de keus voor meervoudige of enkelvoudige behandeling op zaaksinhoudelijke gronden maken en in de toewijzing verder eventueel alleen opleidingsmotieven een rol laten spelen. Dat betekent enerzijds dat gerechten voor meervoudig en enkelvoudig behandelde vreemdelingenzaken compensatie moeten ontvangen die recht doet aan de daarmee gemoeid gaande investeringen in tijd en geld. Ook dienen rechters een zaak naar de meervoudige kamer te kunnen verwijzen zonder dat daar nadelige financiële consequenties aan verbonden zijn. Anderzijds mag van gerechten en rechters worden verwacht dat zaken niet meervoudig worden behandeld als daar geen geldige reden toe is. Onder die omstandigheden toch meervoudig behandelen druist in tegen de ethiek van het ambt, ten eerste omdat het de financiering van andere gerechten benadeelt – het totale budget van de rechtspraak verandert immers niet – en ten tweede omdat mag worden verwacht dat ambtsdragers zorgvuldig met belastinggeld omgaan.