Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5
5 De praktijk van toedeling en behandeling van zaken
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174155:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
In de praktijk zijn de fasen niet altijd helder afgebakend. Zo kan het besluitvormingsproces gedeeltelijk tijdens de zitting plaatsvinden. Het komt ook voor dat na het raadkameren na afloop van een zitting opnieuw een zitting gehouden wordt, die wordt gevolgd door een nieuwe raadkamer.
De paragrafen 5.1.1, 5.2-5.4 zijn eerder gedeeltelijk verschenen in Baas, De Groot-van Leeuwen & Laemers 2010, paragrafen 5.1, 5.5, 5.7 en 5.8.
Het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) heeft voor de toedeling van zaken nauwelijks veranderingen meegebracht. Het speelt daarom in dit hoofdstuk geen rol (zie ook voetnoot 232).
Een gerechtelijke procedure beloopt de periode van het moment van binnenkomst van een zaak in een gerecht tot en met de uitspraak. Hierbinnen worden, enigszins gesimplificeerd, drie fasen onderscheiden: de toedeling van een zaak aan een of meer rechters, de rechtszitting en het besluitvormingsproces.1 Deze worden in de hoofdstukken 5, 6 respectievelijk 7 besproken. Voor het meelezen van enkelvoudige conceptvonnissen, onderdeel van het besluitvormingsproces, is hoofdstuk 8 ingericht.
Van de drie fasen is alleen de procedure ter terechtzitting vrij nauwkeurig in de wet geregeld. De toedeling van zaken en de wijze van besluitvorming worden voor een aanzienlijk deel aan de gerechten en rechters overgelaten. Dat maakt het des te belangwekkender de blik op de praktijk te richten.
Dit hoofdstuk gaat over de toedeling van zaken, dat wil zeggen het proces van toewijzen van concrete zaken binnen een gerecht aan een meervoudige of enkelvoudige kamer, die hen zal behandelen. Hierbij gaat het om de keuze voor een forum van één, drie of vijf rechtsprekers die uitspraak in een zaak zal doen.
Centrale vragen in deze uiteenzetting van de zaakstoedeling zijn op welke wijze de normen van de wetgever en de gerechtsbesturen worden toegepast (zie paragraaf 4.5 en paragraaf 2.4.2), in welke fase toewijzing aan een meervoudige of enkelvoudige kamer plaatsvindt, welke afwegingen er zijn bij de keuze voor meervoudige of enkelvoudige behandeling, wie de keuze voor de meervoudige of enkelvoudige kamer en de bezetting daarvan bepalen en wat meervoudige en enkelvoudige behandeling in de praktijk inhoudt: zitten, beraadslagen en beslissen met een of meerdere rechtsprekers.2 De gegevens zijn verkregen door een enquête onder en interviews met rechters en raadsheren (zie bijlage A). Bespreking van voornoemde vragen leidt tot beantwoording van onderzoeksvraag 4 (zie paragraaf 1.4).
Paragraaf 5.1 gaat over het proces van toewijzing van civiele zaken aan een meervoudige of enkelvoudige kamer. Bij wijze van voorbeeld wordt ingezoomd op de manieren waarop een rechtbank en een hof een civiele zaak toedelen. Het hoofdstuk vervolgt met een uiteenzetting van de toewijzing van familiezaken, strafzaken en bestuurszaken (paragraaf 5.2). In paragraaf 5.3 wordt weergegeven welke criteria en overwegingen volgens rechters ten grondslag liggen aan toedeling aan een meervoudige dan wel enkelvoudige kamer. In paragraaf 5.4 volgt bespreking van de vraag hoe vaak toedeling aan een achteraf minder geschikt blijkende kamer voorkomt en welke redenen daarvoor aan te wijzen zijn. Ook de vragen hoe vaak zaken worden verwezen naar een meervoudige dan wel enkelvoudige kamer (en andersom) en waarom dat gebeurt, worden daarin beantwoord. Het hoofdstuk wordt afgesloten met conclusies in paragraaf 5.5.3
5.1 Toedeling van civiele zaken in de rechtbanken5.2 Toedeling van familie-, straf- en bestuurszaken in de rechtbanken5.3 Criteria en overwegingen voor de toedeling van zaken5.4 Toedeling aan een minder geschikte kamer en verwijzing5.5 Conclusie