Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.5.2
2.4.5.2 De incorporatieleer
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399113:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In Nederland moet onder de statutaire zetel worden verstaan de zetel welke overeenkomstig het incorporatierecht in de oprichtingsovereenkomst of de akte van oprichting (de statuten) van de corporatie is vermeld als zetel (Kamerstukken II, 1994-1995, 24 141, nr. 3, blz. 16). Het is met andere woorden de plaats die volgens het op de corporatie toepasselijke recht als plaats van vestiging in de statuten moet worden opgenomen (Kamerstukken II, 1994-1995, 24 141, nr. 3, blz. 17).
In theorie is het mogelijk dat een vennootschap die is opgericht volgens het recht van het ene land, zijn statutaire zetel overeenkomstig dit recht in een ander land mag vestigen. Ligt de statutaire zetel niet in het land volgens welks recht de vennootschap is opgericht dan gaat het bij de incorporatieleer om de aanknoping aan het laatstgenoemde recht: P. Vlas, (2002), supra noot 102, noot 17 op blz. 7.
Vgl.: Wezeman, J.B. en M.H.A. van Houtum (2004), 'Van geïnspireerde kunst, vestigingsvrijheid en vreemde vennootschappen', Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2004-4, blz. 176-183.
Vgl: Bellingwout, J.W. (1996), supra noot 23, blz. 19.
Zie onder andere het arrest HvJ EG 27 september 1988, The Queen v HM. Trea,suty and Commissioners oflnland Revenue v. Daily Mail and General Trust PLC., Zaak 81/87 (Daily Mail). Zie echter de bespreking van het arrest HvJ EG 11 maart 2004, Hughes de Lasteyrie de Saillant v. Ministem de l'Économie, des Finances et de l'Industrie, Zaak 9/02 (Hughes de Lasteyrie de Saillant) in verband met de discussie die is ontstaan in verband met de exitheffmgen.
Kamerstukken II, 1994-1995, 24 141, nr. 3, blz. 6.
Vgl: Vlas, P. (2002), supra noot 102, blz. 8.
Commission of the European Communities (2007), supra noot 103, table 13, blz. 5.
Tegenover de werkelijke zetelleer staat de incorporatieleer. Deze leer knoopt aan bij het recht van het land volgens welk de vennootschap is opgericht. Dit zal in veel gevallen overeenkomen met het land waar de statutaire zetel1 is gevestigd, maar dat is niet noodzakelijk.2 Vreemde vennootschappen worden door het incorporatiestelsel als zodanig erkend, indien zij voldoen aan de oprichtingsregels van het land van oprichting. De erkenning houdt dan in dat de vreemde vennootschap door het vennootschapsrecht van het land van oprichting wordt beheerst en dat het eigen vennootschapsrecht buiten toepassing blijft.3 Deze constante gelding van het veelal eenvoudig te traceren oprichtingsrecht is een groot voordeel omdat het leidt tot rechtszekerheid.4 De incorporatieleer faciliteert een verplaatsing van het hoofdbestuur naar een ander land zonder dat dit gevolgen heeft voor het toepasselijke recht. Dit bevordert grensoverschrijdende mobiliteit, maar herbergt tegelijkertijd het risico van ontduiking van beschermingsregels, zoals regels van medezeggenschap, enquêterecht, jaarrekeningenrecht, misbruikwetgeving, oprichtingsregels en kapitaalbescherming. Het land van vertrek kan echter wel voorwaarden stellen aan een verplaatsing van het hoofdbestuur, zoals fiscale, die de mobiliteit weer beperken.5 Nederland beargumenteerde zijn keuze voor het incorporatie-stelsel door te stellen dat: 'Ondernemingen vrij zijn in hun keuze van het op de rechtspersoon toepasselijke recht, en aldus een rechtsvorm kunnen kiezen van een land waar het rechtspersonenrecht- en ondernemingsrecht goed is ontwikkeld, op welks rechtsstelsel zij steeds kunnen terugvallen ook wanneer zij hun activiteit ontwikkelen in landen met een rechtsstelsel dat in deze opzichten is achtergebleven of waarvan het recht moeilijk kenbaar is '.6 Verplaatsing van de statutaire zetel leidt in het incorporatiestelsel echter wel tot problemen. In beginsel kan een verplaatsing alleen gerealiseerd worden door ontbinding en vereffening in het land van vertrek (het land dat het incorporatiestelsel aanhangt) en oprichting van een nieuwe vennootschap elders.7 Gegeven de hoge kosten, de tijdspanne van realisatie en de administratieve last van de verplaatsing van de statutaire zetel, vindt deze verplaatsing zelden plaats. Hierdoor is de mogelijkheid voor Europese vennootschappen om hun statutaire zetel te verplaatsen, in de praktijk illusoir.8