Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.3.1.1
4.3.1.1 Uitingen in het kader van de ‘voorlichtende taak’
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661247:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Over de ‘voorlichtende taak’ zie BNB 1979/311; BNB 1988/148, r.o. 4.2; BNB 2010/314, r.o. 3.3.3, BNB 2010/315, r.o. 3.3.3; BNB 2022/10, r.o. 4.2.1. Overigens wordt het begrip ‘voorlichtende taak’ in de literatuur (bijv. Den Boer e.a. 1999, p. 7-8) en door de staatssecretaris (paragraaf 2.3.3.1) wel gebruikt in het kader van informatie van de Belastingdienst die geen bindende status heeft, maar wordt verstrekt vanwege de ‘voorlichtende taak’.
Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, nr. 1500067, V-N 2015/64.15.10, r.o. 4.3.
Hof Arnhem-Leeuwarden 10 januari 2017, nr. 16/00129, V-N 2017/19.10.22, r.o. 4.7 waarin het Hof overweegt ‘dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting bij het aangiftebiljet en het aangifteprogramma of een mededeling van de Belastingtelefoon, de Inspecteur niet binden.’ Zie bijv. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 juni 2021, nr. AWB - 20_5694, V-N 2021/34.22.8, r.o. 2.12; Rechtbank Arnhem 26 juni 2008, nr. AWB 07/4479, r.o. 4.2; Rechtbank Arnhem 26 september 2008, nr. AWB 08/565, NTFR 2009/187, r.o. 4.2.3; Rechtbank Arnhem 4 juni 2008, nr. AWB 07/2287, r.o. 4. Over de reikwijdte van de voorlichtende taak zie paragraaf 2.4.
In de fiscale rechtspraak is bij als algemene voorlichting of inlichtingen gekwalificeerde uitingen van de Belastingdienst sprake van uitlatingen die de Belastingdienst doet in het kader van zijn voorlichtende taak.1 Zo overweegt het Hof Arnhem Leeuwarden in zijn uitspraak van 10 januari 2017 ten aanzien van de status van uitingen in het kader van de voorlichtende taak van de Belastingdienst:
‘Onjuiste of onvolledige uitlatingen die worden gedaan door de Belastingdienst in het kader van zijn voorlichtende taak, waaronder informatie die wordt gegeven ter vergemakkelijking van het invullen van het aangiftebiljet, binden de Inspecteur in de regel niet.’2
Echter, wat de voorlichtende taak in zijn algemeenheid is, omvat of inhoudt, is door de Hoge Raad of lagere rechters niet geconcretiseerd.3 Dat roept de vraag op hoe wordt vastgesteld of sprake is van een uiting die de Belastingdienst doet ‘in het kader van’ zijn voorlichtende taak. Kunnen dergelijke uitingen worden onderscheiden van uitingen in het kader van de andere taken van de Belastingdienst, zoals zijn heffende of toezichthoudende taak? De Belastingdienst zal zich ervan bewust zijn welke uitingen hij doet in het kader van zijn voorlichtende taak, maar geldt dat ook voor de burger? Wanneer een onderscheid niet goed valt te maken, rijst de vraag of de juridische aanduiding en de daaraan verbonden juridische consequenties adequaat zijn (paragraaf 4.6.2).