Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/XVa:XVa Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM) 1970
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/XVa
XVa Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM) 1970
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977330:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1970 is de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer opgericht (NVLM) met als doel de belangen van maatschappijleer te behartigen door ‘een met haar betekenis overeenkomstige plaats in het onderwijs te verzekeren bij alle schooltypen die het vak op het rooster hebben staan’. De NVLM kent als werkgroepen: *structuur en statuten van de vereniging, *inhoud van het vak maatschappijleer, methodiek en didactiek maatschappijleer, *applicatiecursussen, *bevoegdheden maatschappijleer en *documentatie.
Als eerste voorzitter van het voorlopige bestuur stelt zich W. Langeveld, pleitbezorger van de invoering van het vak maatschappijleer in het voortgezet onderwijs.
Veertig jaar later in 2010 is door de NVLM en het Huis voor democratie & rechtsstaat de jubileumbundel Veertig keer Maatschappijleer uitgegeven met als ondertitel ‘Bespiegelingen bij het veertigjarig jubileum van de NVLM’. Deze bundel bevat bijdragen van veertig betrokkenen vanaf het eerste uur.
Het Voorwoord verhaalt over de NVLM-doelstelling van het bevorderen op allerlei manieren van het onderwijs in de maatschappijleer: ‘of het vak nu maatschappijleer, maatschappijwetenschappen of burgerschapscompetenties heet, de NVLM staat op de bres voor dit vak dat ons zo na aan het hart ligt. Wij zijn van plan daar nog ten minste veertig jaar mee door te gaan en hopen dat u ons daarbij wilt steunen’, schrijft Gelinck. Hoe het vak moge heten, de NVLM staat ‘nog steeds op de bres voor maatschappijleer’.
Van Otterdijk schrijft in de Inleiding bijdragen van mensen te hebben gevraagd die ‘nog met hun voeten in de modder staan’ en van diegenen die met maatschappijleer hun carrière zijn begonnen en nu in besturen, bij de vakbond, in de politiek of anderszins actief zijn, maar met veel genoegen terugkijken op hun ‘maatschappijleer-tijd’. Vis plaatst de redding van maatschappijleer in een cruciale periode in de tweede helft jaren tachtig in het licht van de competentiestrijd met geschiedenis en staatsinrichting over staatsburgerlijke vorming die in het voordeel van maatschappijleer is beslecht.
In 2020 is een jubileumbrochure Vijftig jaar maatschappijleer 1970-2020 verschenen.