Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.3.a.iii
7.3.3.a.iii ‘…degenen aan wie de aandelen zullen toebehoren’
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594212:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 28 december 1995, JOR 1996/4 (Vereenigde Glasfabrieken). Zie ook OK 20 juni 1996, NJ 1998/ 357 (Overtoom International). De OK wijst de vordering tegen ‘degenen die aandelen zullen houden’ (nog) wel toe in OK 10 december 1992, NV 1993, p. 59 (Nederlandse Unilever Bedrijven).
OK 28 december 1995, JOR 1996/4 (Vereenigde Glasfabrieken). Aldus ook Slagter (1996b), p. 321. Van Vliet (1999), p. 41 wijst er nog op dat, taalkundig benaderd, de uitkoper zelf onder deze formulering zou vallen.
OK 29 mei 1997, NJ 1998/468 (Joh. Wolff & Co.). Evenzo OK 5 november 1998, Ondernemingsrecht 1999-3, p. 83; OK 29 mei 1997, TVVS 1997, p. 285 (Groenendijk Yellowcabin Europa); OK20 maart 1997, TVVS 1997, p. 285 (Rothmans International Holdings); OK 23 oktober 1997, rolnr. 410/97, n.g. (Zinkwit-Maatschappij).
o.m. OK 17 mei 2011, ARO 2011/142 (Rodamco Europe); OK 21 december 2010, ARO 2011/16 (Smit Internationale); OK 5 oktober 2010, JOR 2011/212 (Schuitema); OK 6 juli 2010, JOR 2010/ 267 (CompleTel); OK 8 juni 2010, JOR 2010/265 (Econosto); OK 12 januari 2010, ARO 2010/26 (Tele Atlas); OK 22 september 2009, JOR 2009/288 (Grolsch); OK 24 februari 2009, JOR 2009/130 (Hagemeyer); OK 2 mei 2002, ARO 2002/73 (Dexia). In de uitkoopprocedure inzake Zentiva en Plasticon veroordeelt de OK zelfs de toekomstige aandeelhouders zonder dat dit door de uitkoper is gevorderd, zie OK 23 februari 2010, ARO 201047 (Zentiva) en OK 21 oktober 2004, ARO 2004/132 (Plasticon).
OK 20 december 2011 (ro. 3.2), JOR 2012/43 (Draka). Zie ook OK 19 juni 2012 (ro. 3.3), JOR 2012/ 250 (New World Resources); OK 3 april 2012 (ro. 3.3), ARO 2012/59 (Gamma Holding); OK21 februari 2012 (ro. 3.2), JOR 2012/144; OK 24 januari 2012 (ro. 3.11), JOR 2012/78 (Cascal).
In het verleden is getracht bovenstaande problematiek te voorkomen door ook ‘al degenen die aandelen zullen houden’ of ‘de toekomstige aandeelhouders’ te dagvaarden. De OK beslist in de uitkoopprocedure inzake Vereenigde Glasfabrieken, naar mijn mening terecht, dat dit niet mogelijk is:
“Geheel los van de vraag of een veroordeling als te dezen gevorderd, ook tegen toekomstige aandeelhouders werkt, stelt het hof vast dat de door eiseres gekozen manier (…) om degenen aan wie de aandelen (later) zullen toebehoren, in rechte te betrekken, een loos gebaar is. Er bestaat geen maatstaf om (de kring van) deze gedaagden te identificeren en derhalve om te bepalen of een (rechts)persoon die gevolg zou geven aan de in de dagvaarding vervatte oproep en in rechte zou verschijnen, inderdaad tot de groep van toekomstige aandeelhouders behoort.”1
Een dergelijke vordering is ten aanzien van deze ‘toekomstige aandeelhouders’ nietig.2
Het is voor de uitkoper evenmin mogelijk om te vorderen dat de OK ook ‘degene aan wie de aandelen zullen toebehoren op de dag van toewijzend arrest’ veroordeelt tot overdracht van de aandelen. In onder meer de uitkoopprocedure inzake Joh. Wolff & Co uit 1998 oordeelt de OK dat een dergelijke vordering niet voor toewijzing vatbaar is, ‘nu dezen geen partij zijn en dat per definitie niet kunnen zijn’.3 Deze zienswijze acht ik juist. Opmerkelijk is echter dat de OK in verschillende uitspraken nadien toch ‘degene aan wie de aandelen zullen toebehoren’ veroordeelt tot overdracht van de aandelen.4 In de uitkoopprocedure inzake Draka uit 2012 herstelt de OK haar ‘fout’ en wijst zij de vordering tot uitkoop tegen toekomstige aandeelhouders niet langer meer toe.5