Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/18
Oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en verduistering (art. 321 Sr), meermalen gepleegd, medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 en 225 lid 2 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter lid 1 jo. 420bis lid 1 sub a en 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Bewijsklacht oplichting. Geldigheid dagvaarding en rol ‘verzwijgen’ in bewezenverklaring. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. vermeende wetenschap van een van slachtoffers van niet doorgaan van project, art. 359 lid 2 Sv. 3. Bewijsklacht oplichting. Kon hof oordelen dat verdachte in ieder geval vanaf 19 januari 2017 zeker wist dat project niet door zou gaan? 4. Bewijsklachten verduistering. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten t.a.v. ‘wederrechtelijk toe-eigenen’ en ‘opzet’, art. 359 lid 2 Sv. Had hof nader moeten motiveren waarom het van oordeel is dat verdachte zich de in project ingelegde gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend? 5. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Uos m.b.t. contra-indicaties, art. 359 lid 2 Sv. 6. Bewijsklachten witwassen. Bewijs van ‘verbergen of verhullen wie rechthebbenden waren’. 7. Redelijke termijn in eerste aanleg. Heeft hof bij bepalen van overschrijding van redelijke termijn een te laat aanvangsmoment gehanteerd? 8. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en beroepsverbod voor 5 jaren). Kon hof oordelen dat bij straftoemeting niet in strafmatigende zin rekening hoeft te worden gehouden met een vanwege OM uitgegeven persbericht? 9. Schriftelijk stuk benadeelde partij. Ad 1. t/m 8. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 9. Namens b.p. ingediend schriftelijk stuk bevat geen middel a.b.i. de wet. Samenhang met RvdW 2024/15, RvdW 2024/16 en RvdW 2024/17.
HR 05-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1620
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/00251
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1620, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:918, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2023
Essentie
Oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en verduistering (art. 321 Sr), meermalen gepleegd, medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 en 225 lid 2 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter lid 1 jo. 420bis lid 1 sub a en 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Bewijsklacht oplichting. Geldigheid dagvaarding en rol ‘verzwijgen’ in bewezenverklaring. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. vermeende wetenschap van een van slachtoffers van niet doorgaan van project, art. 359 lid 2 Sv. 3. Bewijsklacht oplichting. Kon hof oordelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.