Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/24
Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Nederlandse en Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. Opiumwetdelicten en deelneming aan criminele organisatie. Bevoegdheidsverdeling uitleveringsrechter en minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege algemene zorgwekkende situatie van rechtsstaat in Turkije? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 05-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1694
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02683
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1694, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:937, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑11‑2023
Essentie
Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Nederlandse en Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. Opiumwetdelicten en deelneming aan criminele organisatie. Bevoegdheidsverdeling uitleveringsrechter en minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege algemene zorgwekkende situatie van rechtsstaat in Turkije? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02683 U
Datum 5 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2023, nummer UTL-I-2023000875, op verzoek van Turkije tot uitlevering
van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.