RvdW 2024/20:Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen. Mocht meervoudige kamer hof beslissing Pr bevestigen, nu inhoud van bewijsmiddelen ontbreekt in stempelvonnis Pr, terwijl zich bij stukken ook uitgewerkt schriftelijk vonnis Pr bevindt en raadsman in hoger beroep geen verweer heeft gevoerd t.a.v. ontnemingsvordering? Art. 378a en 379 jo. 367 Sv. O.g.v. art. 367 Sv vindt op rechtsgeding voor Pr onder meer titel IIIb van Boek IV van Sv (welke titel is genaamd ‘Strafvordering t.z.v. ontneming van w.v.v.’ en die art. 511b-511i Sv bevat) overeenkomstige toepassing. Dit brengt met zich dat, als mondeling vonnis Pr naar aanleiding van vordering tot ontneming van w.v.v. niet hoeft te worden aangetekend in p-v van tz. en geen schriftelijk vonnis is gewezen, o.g.v. art. 378a lid 1 Sv kan worden volstaan met een door Pr gewaarmerkte aantekening van mondeling vonnis (stempelvonnis). Als Pr alsnog schriftelijk vonnis a.b.i. art. 379 lid 1 Sv wijst, moet worden aangenomen dat stempelvonnis gelet op art. 378a lid 5 jo. 378a lid 1 Sv komt te vervallen. Hof heeft uitspraak Pr wat betreft schatting van w.v.v. en opgelegde betalingsverplichting bevestigd. Gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, heeft die bevestiging betrekking op schriftelijk vonnis van Pr. Dat schriftelijk vonnis bevat verwijzing naar b.m. waaraan het op geld waardeerbare w.v.v. is ontleend. Middel, dat kennelijk tot uitgangspunt neemt dat Pr uitsluitend heeft voorzien in stempelvonnis en dat bevestiging door hof op dat stempelvonnis zou zien, is daarom tevergeefs voorgesteld. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met RvdW 2024/21.