Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/9
Hof kon oordelen dat het bloedmonster niet zo spoedig mogelijk naar het onderzoekslaboratorium is gezonden.
HR 05-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1699
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
22/04369
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1699, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:933, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Het hof kon oordelen dat het bloedmonster niet zo spoedig mogelijk naar het onderzoekslaboratorium is gezonden.
Samenvatting
Tot de strikte waarborgen die moeten worden nageleefd om te kunnen spreken van ‘een onderzoek’ als bedoeld in art. 8 lid 5 WVW 1994, behoort onder meer het voorschrift dat na de bloedafname het bloedmonster zo spoedig mogelijk naar een voor het bloedonderzoek geaccrediteerd laboratorium wordt gezonden (art. 13 lid 1 onder d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer). Het is aan de feitenrechter om te beoordelen of de verzending van het bloedmonster in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.