Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/10
Aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2 onder C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26 lid 1 WWM) in gezamenlijke woning van verdachte en haar partner. Bewijsklachten. Kan wetenschap dan wel bewustheid van aanwezigheid van voorwerpen uit bewijsmiddelen worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 05-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1684
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/03184
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1684, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:931, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2023
Essentie
Aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2 onder C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26 lid 1 WWM) in gezamenlijke woning van verdachte en haar partner. Bewijsklachten. Kan wetenschap dan wel bewustheid van aanwezigheid van voorwerpen uit bewijsmiddelen worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03184
Datum 5 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juli 2021, nummer 21-004386-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.