Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.23:6.23 Samenvattende conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.23
6.23 Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977084:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze laatste periode is een kennisbasis in doorlopende leerlijn niet door de wetgever vastgelegd. Dit is evenwel bij uitstek het middel om doelstellingen en kerndoelen te bepalen. Het schoolexamen toetst immers de kennis van leerlingen na het doorlopen van het vak en het curriculum verschaft in een doorlopende leerlijn een herkenbare structuur aan burgerschapsvorming. Van doelgerichte en samenhangende burgerschapsvorming is geen sprake. Ondanks de kroon op het burgerschapsonderwijs in de vorm van de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht (2021) blijft de versnippering.
De (curricula)posities van de vakken staatsinrichting, recht en maatschappijleer zijn in deze periode verder descriptief geanalyseerd voor het bijdragen aan de onderbouwing van de in par.12.7 en 8 uit te werken codificatievoorstellen voor een longitudinale, doelgerichte en samenhangende burgerschapsvorming. De vraag is of deze vorming ook als thema in andere vakken en in een kennisgebied en vak burgerschap thuishoort. Voorstanders van het invoeren van een apart vak burgerschap ervaren de nodige tegenstand bij de wetgever, de Onderwijsraad en het College voor de Rechten van de Mens. Onafhankelijk van de vraag van de codificatie van een apart vak burgerschap dient de ‘lappendeken van burgerschapsvorming’ zijn langste tijd gehad te hebben.
Burgerschapsvorming kan generiek onderscheiden worden in een kennisgebied en vak burgerschap en vakspecifieke in andere vakken. In 1997 zijn in de kerndoelen specifieke burgerschapsdoelen vastgelegd. In 2004 is in het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld (Wpo) en overeenkomstig in de Wvo (basisvorming) als kerndoel bepaald: ‘het zich leren gedragen van leerlingen vanuit respect voor de algemeen gedeelde waarden en normen’. Minister Van der Hoeven (CDA) brengt maatschappelijke oriëntatie in 2005, evenwel zonder kennisbasis en doorlopende leerlijn vast te leggen, onder bij maatschappijleer. In 2006 is de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie (2005) ingevoerd met de opdracht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. In 2009 zijn de (eindtermen in de) examenprogramma’s van de vakken geschiedenis en maatschappijleer vernieuwd. Het in 2016 ingevoerde keuze-examenvak maatschappijwetenschappen is in 2011 gemoderniseerd. Het vak management & organisatie is in 2018 omgezet in (bedrijfs)economie met enige privaatrechtelijke eindtermen. De Staatscommissie Parlementair stelsel (2018) adviseert de infrastructuur van burgerschapsvorming substantieel te versterken, onder meer door een doorlopende leerlijn en het instellen van een centraal schriftelijk examen.
De Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen (1921) scherpt de doelbepaling van de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie aan. De bevordering van sociale integratie is vervangen door sociale cohesie en het bevoegd gezag heeft een zorgplicht gekregen voor een veilige schoolcultuur. De wet wijzigt geen curricula. De implementatie is opgeschort in afwachting van de curricula burgerschap in het project Curriculum.nu. De digitale geletterdheid en de mensenrechten zijn daardoor evenmin vastgelegd.
De burgerschapsdoelen rechtvaardigen nadere in par.12.7 en 8 uitgeschreven wijzigingen van de Wpo, Wec en Wvo voor de codificatie van (a) doelgerichte, samenhangende burgerschapsvorming in een drieluik met de algemene doelbepaling, thema’s in bestaande vakken en een kennisgebied en vak burgerschap enerzijds, en (b) de invoering van het keuzevak rechtswetenschap op vwo/havo anderzijds, onder gelijktijdige vervanging van de overeenkomstige kennisgebieden (Wpo,Wec) en vakken (Wvo).